Verder is er niemand
Ze pakt een afgebroken tak en loopt voetje voor voetje heen en weer. Voor iedere stap die ze zet, port ze met de tak in de bladeren om te voelen of er een holte onder zit; ze heeft geen zin om opeens een stuk omlaag te vallen. Met een verstuikte enkel komt ze hier nooit meer weg. Hoewel, eigenlijk is het wel een mooie gedachte dat ze haar einde zou vinden in een kuil die ze zeventig jaar geleden