Lezersrecensie
De egel, dat ben ik
16 jan 2022
Bij ons zeggen ze geen egel, maar stekelvarken. Ik kom er net, na ruim 60 jaar, achter dat dat helemaal fout is. Een stekelvarken is geen egel. En een egel is geen stekelvarken.
Eigenlijk (blz. 121), eigenlijk zeggen we ook geen stekelvarken. Steejkulvèèrk’n, dat is het. Datzelfde dialect weerhoudt ons er trouwens ook van om tot een fraai ABN-egel te komen. Ten zuiden van de Schelde wordt het eejhul. Heerlijk, die tongval. Niks om me voor te moeten schamen.
Als ik naar zijn foto op de achterflap kijk, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat Toon Tellegen echt iets van een egel heeft. Niet de stekels natuurlijk, maar denk die eens weg (blz. 125) en je hebt die ome egel voor je die eens per jaar langskomt om een kopje thee te drinken en waarbij de neefjes en de nichtjes egel aan de lippen hangen als hij zijn verhalen begint te vertellen.
In “De egel, dat ben ik” vertelt ome Toon Tellegen voor iedereen. Voor klein en – vooral – voor groot. Geen ingewikkelde levenslessen, maar hij houdt ons wel die spiegel voor die het leven heet. Kijk in de spiegel en je ziet niet alleen de egel. Want de egel ben ook jij, dus je ziet ook jezelf. Met al je gedachten (vooral die), onzekerheidjes, eigenaardigheidjes, gewoontetjes. Al die gewone ongewone dingetjes die het leven maken tot wat het is, niet altijd even leuk en eenvoudig maar waard om geleefd te worden. Herkenbaar, want de egel, dat ben ik dus ook.
Mijn eerste Tellegen, en ik ben meteen overstag.
En de tekeningen van Annemarie van Haeringen sluiten met hun eenvoud prachtig aan bij de teksten.
“De egel, dat ben ik” – Toon Tellegen (2021)
●●●●○ (4,5/5)
De volledige recensie, met plaatjes en praatjes, vind je hier: https://rondetijd.blogspot.com/2022/04/de-egel-dat-ben-ik.html