Lezersrecensie
‘Wie was die grappenmaker?
26 jan 2016
<p><!--StartFragment-->2012 kunnen we met recht het Vaandragerjaar noemen. Cornelis Bastiaan Vaandrager (1935-1992) is terug van weggeweest. Het begon allemaal met het door Karel ten Haaf teruggevonden en bezorgde typoscript <em>Sleutels : een ‘straat-collage’</em>. De novelle deed, qua stijl, sterk denken aan Vaandragers meesterwerken <em>De Hef</em> en <em>De reus van Rotterdam</em>. Vervolgens kwam <em>van de straat</em> van Karel ten Haaf uit, een boek dat niet alleen door de cover maar ook door de mix van proza en poëzie, door ‘Rotterdamse’ humor en taal die recht toe recht aan meteen naar de stijl van Vaandrager verwees. En nu, op de valreep, ziet het debuut van Cornelis Bastiaan Vaandrager wederom het licht. <em>Leve Joop Massaker</em> zien we op de cover staan. En ook het zakmes dat zo’n grote rol in dit verhaal speelt.<br /><br /> Cornelis Bastiaan Vaandrager was een man met veel talenten. Hij was dichter, romancier, journalist en was samen met Armando, Sleutelaar en Verhagen het brein achter het literair tijdschrift <em>Gard Sivik</em>. Het is dan ook zeer terecht dat deze haast vergeten schrijver onder de mottenballen vandaan wordt gehaald. Zeker in een tijd die angstig veel op de vroege jaren zestig begint te lijken. Ook nu heeft men de mond vol van moraal en fatsoen en ergert men zich aan het gedrag van de jeugd van tegenwoordig. Wie Vaandrager leest, herkent dezelfde spruitjeslucht die in <em>De Avonden</em> van Van het Reve zo goed werd beschreven. Wie <em>Leve Joop Massaker</em> spelt, snapt waarom <em>NRC Handelsblad</em> indertijd schreef: <em>‘Vaandragers novelle blijft als prestatie weinig bij die van Van ’t Reve achter.’</em> Beide boeken zijn tijdloos. Het zijn monumenten geworden voor de Hollandse burgermansmentaliteit.<br /><br /> Laat ik voor het gemak het debuut van Gerard Reve en Vaandrager eens naast elkaar leggen. Wat mij als Amsterdammer opvalt, is natuurlijk het typisch Rotterdamse aan Vaandragers debuut. Het Kralingse bos komt erin voor, de vaarten achter de Coolsingel, de oefenvelden van Feyenoord, de Oranjeboomstraat en de Klok. Waarschijnlijk loopt een Rotterdammer in gedachten met Cor mee, zoals een Amsterdammer met Frits van Egters in <em>De Avonden</em>.<br /><br /> Geweld en sadisme komen in beide boeken voor. Vaak heeft dat met ontluikende seksualiteit te maken, vaker nog met het gevoel van onmacht. Nieuw voor die dagen was dat je het zo expliciet verwoordde. Interessant aan <em>Leve Joop Massaker</em> is de wijze waarop Vaandrager een jongensvriendschap beschrijft die af en toe neigt naar gevoelens die homoseksueel zouden kunnen zijn. De lezer weet dat Cornelis met zijn nicht in bed heeft liggen te rommelen en toch… toch maakt Joop iets bij hem los waar hij geen raad mee weet. Wat citaten:<br /><br /> ‘Zijn hand ligt nog steeds op mijn been. Ik laat hem zijn gang gaan.’<br /> ‘Ondertussen schuift hij steeds dichter naar me toe. Mijn linker- en zijn rechterbeen raken elkaar.’<br /> ‘Joop staart naar de bobbel in mijn broek. Er kruipt een grote mier over mijn been.’<br /> ‘Hij knijpt in mijn bovenarm, hij komt met zijn hoofd dicht bij me. Ik dacht eerst dat hij me een zoen wilde geven. Hij stinkt nog steeds een beetje uit zijn mond.’<br /> ‘Met een lenige sprong komt hij boven op de palen. Zijn broek staat strak, ik zie het mes duidelijk zitten.’<br /><br /> Gelukkig heeft Cornelis een Surinaams deegpersje waarin hij zijn geslacht kan persen. Dat lucht op.<br /><br /> Wat Reve en Vaandrager ook verbindt, is hun interesse in het ‘afwijkende’. Ook <em>Leve Joop Massaker</em> staat er vol mee. We lezen over zuster Worm die Cor tijdens het wassen in zijn ballen knijpt en uitlacht om zijn ‘kleine lulletje’. Joops zuster Thea heeft een hazenlip en is duidelijk geestelijk gehandicapt. Joop mishandelt haar regelmatig en Thea snijdt met veel plezier in zichzelf met zijn zakmes. Dan zijn er nog de seksuele spelletjes van Cornelis met zijn nichtje Greta en niet te vergeten zijn vriendschap met Frans Verstruik. Frans is twee jaar ouder, is vegetariër en heeft iets met treinen. Cors moeder zegt: <em>‘Die is gek, of hij wordt ‘t.’</em><br /><br /> Natuurlijk hebben de boeken ook iets ouderwets gekregen. Veel van de wereld die erin voorkomt, is al lang passé. Lezen over het bezoek aan een postkantoor of een uitleenbibliotheek of het gebruiken van een telefooncel maakt nostalgische gevoelens los. Een scène waarin Cor gewassen wordt, wekt zelfs verbazing.<br /><br /> ‘Zal ik de kuip op de veranda zetten? Dan kun je je gelijk wassen. Je ziet eruit als een beest.’<br /> Ze spant een stuk zeildoek voor de spijlen van de veranda. Ik klim in de kuip. Ze helpt me met wassen (mijn rug).’<br /><br /> En dan de burgerlijkheid. Neem de angst voor het lezen van strips. <em>‘Hij wijst op de Dick Bos-boekjes op de radiotafel. ‘Je leest mij te veel van die rotzooi.’</em> Ook het spelen van patience roept reacties op. Cors moeder is bang voor de verslavende werking van het ‘duivelsprentenboek’.<br /><br /> Cornelis Bastiaan Vaandrager de taalvernieuwer komen we slechts mondjesmaat in zijn, later herschreven, debuut tegen. Goed, zijn taal is kenmerkend kort en hard, zeg maar des Vaandragers. Nieuw voor toen is wel het meegeven van gedachten (zie hierboven in de wasscène). Vaak geven die momenten van inzage in de gedachtewereld van Cornelis zijn angsten weer, de angst die hij voor anderen probeert te verbergen.<br /><br /> Eigenlijk is alleen al het bezoek van Cornelis aan Joop Massaker, zo tegen het einde van de novelle, het lezen van het hele boek waard. Je komt in een huis in een volksbuurt terecht, een nachtmerrie vol asociale kinderen. In een paar pagina’s schetst Vaandrager een hele wereld. Je leest geen novelle, je ziet een film voor je die je niet snel weer vergeten zal. Zo was het Rotterdam van die dagen en zo is het wellicht nu weer in sommige Nederlandse volksbuurten. Eigenlijk moet je er niet aan denken. En dat is het mooie van dit kleine meesterwerk. De tijd kan er nog zo hard aan trekken, het verhaal blijft overeind staan.<br /><br /> <em>Leve Joop Massaker</em> is het boek waarmee je jonge mensen aan het lezen kunt krijgen. Ondanks de titel, of misschien wel juist door die titel. Iemand anders had het vast ‘De jongen met het mes’ genoemd. Alleen Vaandrager wist hoe hij zijn debuut moest noemen.<br /><br /> Leve Cornelis Vaandrager! <em>Leve Joop Massaker!</em> Laten we hopen dat er nog meer herdrukken van deze Rotterdammer gaan verschijnen. Hij heeft genoeg prachtboeken geschreven.<!--EndFragment--></p>