Lezersrecensie
Over Hadrianus en... Alkibiades.
28 jan 2024
159 We kampeerden op een verlaten en woeste plek, waar zich het graf bevindt van Alkibiades die daar ten offer viel aan de kuiperijen van de satrapen. Ik had op dat eeuwenlang verwaarloosde graf een beeld in Parisch marmer laten plaatsen van deze man die een der meest beminde figuren van Griekenland is geweest.
Even ter info: Alkibiades leefde van 450 tot 404 voor Chr. en Hadrianus van 76 tot 138 na Chr. Dit boek is vergelijkbaar met Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer dat ook in de eerste persoon is geschreven. Je wordt als lezer direct toegesproken en dat voel je ook. Aan beide werken ligt een enorme studie ten grondslag. De verantwoording is in het geval van Herinneringen van Hadrianus (uit 1951) minder gedetailleerd. Het is ook een minder toegankelijke leeservaring en het verhaal is niet zo spannend. De liefde van Hadrianus voor Griekenland is overigens groot. Net als zijn liefde voor Antinoös. 3,5* vanwege de vele wijsheden:
9 Het is moeilijk in het bijzijn van een arts keizer te blijven, moeilijk ook je menselijke waardigheid te behouden. Het oog van de medicus zag in mij niets anders dan een hoop lichaamssappen, triest mengsel van lymfe en bloed.
23 Wat ons geruststelt omtrent de slaap is dat je er weer uit komt en dat je er onveranderd uit komt, want een zonderling verbod belet ons het exacte bezinksel van onze dromen mee terug te nemen. Wat ons ook geruststelt is dat hij van de vermoeidheid geneest, maar hij geneest ons er tijdelijk van, en wel op een uiterst radicale manier door te maken dat we er niet meer zijn. […] Maar dat we zo weinig denken aan een verschijnsel dat ten minste een derde van elk leven in beslag neemt, komt omdat een zekere bescheidenheid nodig is om zijn weldaden te waarderen. In hun slaap zijn Gaius Caligula en de rechtvaardige Aristeides evenwaardig; ik leg mijn ijdele en belangrijke voorrechten af; ik verschil niet meer van de zwarte deurwachter die voor mijn drempel ligt te slapen.
37 En toch heb ik gehouden van sommige van mijn meesters, van de eigenaardige intieme en tegelijk ontwijkende betrekkingen tussen leraar en leerling en van de sirenenzang die doorklonk in de hese stem die je voor de eerste keer een meesterwerk onthulde of je een nieuwe gedachte openbaarde. De grootste verleider is tenslotte niet Alkibiades maar Sokrates.
132 Ik wilde dat de verheven grootsheid van de pax Romana zich uitstrekte tot iedereen, onmerkbaar aanwezig als de muziek van het bewegende firmament; dat de nederigste reiziger van het ene land of het ene continent naar het andere kon trekken zonder lastige formaliteiten, zonder gevaren, overal verzekerd van een minimum aan rechtsbescherming en beschaving; dat onze soldaten hun eeuwige pyrrische dans aan de grenzen bleven uitvoeren; dat alles zonder hapering functioneerde, de werkplaatsen en de tempels; dat de zee werd doorkliefd met mooie schepen en over de wegen talloze rijtuigen trokken; dat in een goed geordende wereld de filosofen hun plaats hadden en de dansers eveneens.
223 Er was mij des temeer aan gelegen van Jeruzalem een stad te maken zoals de andere, waarin verscheidene rassen en verscheidene culten in vrede naast elkaar konden bestaan. Ik vergat te zeer dat in elk gevecht tussen fanatisme en gezond verstand de laatste zelden de overhand heeft.