Wij, twee jongens
West-Vlaanderen, 1910. Het gezin De Belder laat de armoede achter zich en zet de grote stap in het onbekende. Met het schip De Kroonland zullen ze de oversteek wagen naar Amerika. Maar de meningen over het land van belofte zijn verdeeld. Vader en Alexander zijn rotsvast overtuigd van het betere leven dat hen daar wacht. Maar moeder is bang, en ook Adriaan deelt het enthousiasme van zijn