De wraak van Perfidus
Brutus beefde als een riet. ‘M… misschien verschijnt er dadelijk een zeskoppig monster dat…’ Hij speurde angstvallig om zich heen. ‘Dat… ons opvreet en…’
‘Och, hou toch op!’ siste Alfredus nijdig. ‘Vampiers zijn niet eetbaar! Hoe vaak moet ik dat nog zeggen! Vampierbloed
smaakt naar drek met muntsaus. Dat wéét je toch!’
‘Ik wel, maar weet dat monster dat ook?’