Negenentwintig dingen en één afscheidszang
In ‘29 dingen en 1 afscheidszang’ lijkt het alsof Geert van Istendael twee dichters is. In de eerste plaats is hij de bedachtzame beschouwer van de dingen. Betontegel, schroef, potlood of schoenzool: de alledaagse en vertrouwde dingen veranderen onder zijn pen in kleine lyrische waarnemingen, dan weer hoger, dan weer lager, zodat we ‘grond en lucht om beurten begroeten’.
In de tweede