Mary
Mary Shelley verblijft op haar veertiende bij een
familie in Schotland, waar een innige vriendschap
ontstaat met Isabella Baxter. Samen dwalen ze in het
gebied dat al eeuwen verhalen herbergt over monsters
en geesten, en op een dag stuiten ze diep in het
bos op een man die geen man is. De ledematen log
en lelijk, een hoofd dat noch menselijk, noch dierlijk
is. Vier jaar later brengt Mary met haar