Mario Ferraro's ijdele liefde
“Schöne coralli! Schöne coralli!” roepen reeds van verre de Capreesche visschers, die bij den ingang van De Blauwe Grot op vreemdelingen azen. Rechtop staan ze in hun schommelende bootjes, met één gebruinden knuist ’n roeispaan omvattend, in de andere, opgeheven hand ‘n vochtig brok koraal, dat als ’n smakelijke, bloedroode zeevrucht lokkend glinstert in de zon.
Achter den