Leef je nog?
Met een kreun opende hij z'n ogen. Het was stikdonker. Hij ging op z'n knieën zitten en tastte met zijn handen de ruimte af. Er lag niks op de koude grond. De muren waren vochtig. Een deur! Die zat op slot. Z'n adem stokte in z'n keel en een golf misselijkheid kwam omhoog. Hij zat opgesloten!
Wanneer Jona verhuist naar een klein dorp verwacht ze dat haar leven een saaie boel wordt. Maar met haar