Ik wil de hemel en ik wil de straat
poëzie en trawanten
‘Waarom bent u begonnen met schrijven? Hebt u zich al die tijd niet vergist?’ Dit is de onderliggende, nogal lapidaire vraag die Gruwez zich in dit boek stelt. Het leidt hem niet alleen tot bespiegelingen over zijn eigen poëzie, maar ook over die van talloze anderen: van Herman de Coninck en Leonard Cohen tot Hester Knibbe, Menno Wigman en Miriam Van hee. In dit werk zijn allerlei