Het wonder van Frieswijck
Kampen, 1470. Als Tieske, de hond van Alijt Kuinretorf, de zoon van schepen Van den Vene in zijn arm bijt, wordt de hond door de schepenbank voor straf op bedevaart gestuurd. Tieske moet naar een heilige boom in het Oversticht en Alijt zal hem begeleiden.
Alijts vader vindt zijn dochter echter te jong om alleen op reis te gaan en daarom vraagt hij een Portugese koopman, die dezelfde kant op moet,