Het huis van mijn vader
Floris van Zevenhoven groeit op in het ordelijke Holland van de jaren vijftig en zestig. Hij is de op één na jongste van een groot gezin met een energieke moeder en een schrijvende vader. In de kleinste dingen vindt Floris zijn geluk: het draaiorgel dat elke vrijdagmiddag langs de huizen gaat, de geborgenheid van de zondagochtend of de ritjes in vaders oude Citroën. Maar als hij elf is, leert