Het bewind van de gelukkigen
‘O, god, ze wisten het. Natuurlijk wisten ze het. Hoe zouden ze het niet weten. Wisten ze het altijd al? Vandaar hun uiterst voorzichtige vriendschap? Ze waren mijn gangen nagegaan zodra ik in het dorp kwam wonen. Hadden de connectie met Alain gemaakt, hadden mijn kritische stukken gelezen, hun oordeel opgeschort, ze hadden getwijfeld en overwogen in hoeverre ik van nut kon zijn. Ze hadden