De gifmenger
Schoo is een winkelier; hij verkoopt papier, dat wil zeggen hij koopt het voor zijn eigen plezier en de winkel, waar nooit iemand komt, dient daarbij als excuus. Hij wordt lyrisch als hij het over papier heeft, want dat is zijn grote liefde, en nog lyrischer als hij het over andere dingen en mensen heeft, want daar heeft hij gewoonlijk een hekel aan. Door al Schoos lyrische uitboezemingen is De