De zon als hij valt
Pols, pols, oog, pols. Een jongen is een jongen en een meisje is een meisje en een jongen. Jij bent een jongen en je moet altijd naar mij toe komen. Elke nacht opnieuw moet jij over het water varen in een half leeggelopen rubberboot en ik moet elke ochtend een vuur ontsteken op het hoogste flatgebouw van mijn stad. Zodat jij iets hebt om op af te varen. Ik ben het meisje dat moet blijven zitten