De sprookjes van Degouve
Op een ochtend riep de prins mij bij zich.
‘Kameraad,’ zei hij. ‘Je bent mijn trouwste vriend en ik weet niet aan wie ik het anders moet vragen.’
‘Zeg me wat u wilt en ik zorg ervoor,’ zei ik, want dat is mijn taak.
De prins, die weldra koning zal worden, zit met zijn handen in het haar. Het is onrustig in het land, de mensen mopperen en morren. En het ergst van alles is: er waart een