De prins op het witte paard
De prins had bijna alles wat andere mensen niet hebben: een fiets met vierenzestig versnellingen, twaalf motoren, vijf sportauto's en zeven racewagens. Hij had acht renpaarden en een mooi sneeuwwit paard. Dat was zijn lievelingspaard. Hij had geen broertjes of zusjes, maar wel een lieve vader en moeder. Hij leidde een gelukkig leven, tot zijn vader zei: 'Jongen, ik ben oud. Het zal niet lang meer