De olifantenjongen
Kari woont in Kenia en is vanaf zijn geboorte door zijn grootmoeder opgevoed. Als hij twaalf is en de oogst mislukt, stuurt zij hem weg. Er is niet genoeg eten voor twee. Hij besluit naar de grote stad te gaan; hij hoopt dat het leven daar beter is.
Niets is minder waar. Auto's wassen en zilverpapier verzamelen zijn de enige mogelijkheden om geld te verdienen. Kari sluit zich aan bij een van de