De Nederlandse poëzie van de 12e tot en met 16e eeuw in 1000 en enige bladzijden
Bedrogen minnaars die door het venster bij hun geliefde naar binnen gluren, de oude blinde nonnen met dikke lippen en lopende ogen die klagen dat ze nooit zijn gekust, mytici di zich zozeer aan de Minne wijden dat ze over de zon, maan en sterren heersen, vermoorde meisjes die stroomopwaarts de rivier opdrijven, leden van het potverteerdersgilde die zonder brood of geld naar Bedrogen minnaars die