De humeuren van meneer Utac
Kaapverdië begin jaren zestig. Na vijftien jaar in Nederland te hebben gewoond, keert meneer Utac terug naar zijn geboorte-eiland Santiago om te laten zien dat hij in het leven is geslaagd; dat de enigszins chaotische jongen die het eiland ontvluchtte een man van de wereld is geworden tijdens zijn jaren in Rotterdam en op zee. Maar het wordt bepaald geen plezierige terugkeer. Meneer Utac vindt