Bij Uil thuis en andere verhalen
Uil pakte de ketel uit de kast. ‘Vanavond ga ik tranenthee zetten,’ zei hij. Hij zette de ketel op zijn schoot. ‘Zo,’ zei Uil, ‘ik ga beginnen.’ Uil denkt aan allerlei verdrietige dingen: lepels die achter het fornuis zijn gevallen en die je nooit meer terugvindt, liedjes die niemand meer kan zingen omdat niemand de woorden meer weet, potloodjes die te klein zijn geworden om vast te