Lezersrecensie
Vaders en zonen van de klimaatcrisis (Ivan Toergenjev, Vaders en zonen).
12 jan 2021
Hoe zou het zijn als Toergenjevs Vaders en zonen niet alleen om een literaire verwoording van de meningsverschillen tussen vaders en zonen zou gaan, maar om het generatieconflict in onze taxatie van klimaatverandering? De rollen zouden zijn omgedraaid, want de protestgeneratie van vandaag laat zien dat niet de vaders maar de zonen zich zouden beroepen op principes voorbij het primaat van gevoelens en de heerschappij van het nuttigheidsdenken. En toch staat hier meer op het spel dan een loutere omkering van rollen. De omkeerbaarheid van rollen laat immers de vergelijkbaarheid van het handelingsperspectief van beide rollen zien. In de grond is het handelingsperspectief vergelijkbaar, of het nu gestuurd wordt door principes of door overwegingen van nut, en veronderstelt het dat wij als mens het verschil kunnen maken en het tij kunnen keren. Het is echter precies dit handelingsperspectief van de hoop dat het boek ter discussie stelt. In wat wel het mooiste einde van de wereldliteratuur kan worden genoemd zegt Toergenjev: “Hoe hartstochtelijk, zondig, opstandig het hart ook was dat in dit graf verborgen ligt, de bloemen die erop bloeien kijken ons rustig met hun onschuldige ogen aan: niet van de eeuwige rust alleen spreken zij ons, de grote rust der ‘onverschillige’ natuur; ze spreken ook van de eeuwige verzoening en van het oneindige leven…” (191).
Leert het boek dat we de positie van de hoop moeten verlaten en in moeten ruilen voor een nieuw realisme ten aanzien van de onomkeerbaarheid van klimaatverandering? Zoals de zoon de heilige huisjes van de vader hardhandig afbreekt, zo doen wij er goed aan afscheid te nemen van onze vertrouwde wereld van het holoceen die onherstelbaar beschadigd blijkt om zo oog te krijgen voor de onzekerheid en instabiliteit van onze wereld in het antropoceen. Leidt deze positie niet tot fatalisme? De omkeerbaarheid van de rollen van vader en zoon laat zien dat de mens alleen leeft dankzij gedrag, dankzij het handelen waarin het zelf in de wereld wordt geconstitueerd. Van gelatenheid kan dus geen sprake zijn. Er is alleen geen ruimte meer voor het ethisch gedrag van de vaders, of die nu wordt ingegeven door een plichtethiek of door utilitarisme. Wat de zonen is opgegeven is niets anders dan hun verzoening met de onverschilligheid van de natuur in ons gedrag. meer blogs over filosofie en literatuur: https://vincentblok.wordpress.com/)