Lezersrecensie
Na Isis en Lilith, nu de geheimen achter Maria Magdalena
17 jan 2022
Het bovenste deel van een beeld van Maria Magdalena staat centraal op de cover. Het grijs wordt verzacht door de warme bruine tinten rondom op een achtergrond van vergane inscripties. De titel bevat het woord "codex" en de teaser is "Een eeuwenoud manuscript duikt op. Wie het leest, sterft...". Onweerstaanbaar voor de echte thrillerfan.
De introductie op de achterflap is dan al niet meer nodig, net zo min als de introductie van het schrijversduo dat deel uitmaakt van de wereldtop.
Het overzicht van de personages (netjes per land) is handig maar vertelt ons vooral dat het er niet te veel zijn.
De proloog laat ons dan weer weten dat minstens 1 van de personen die we zullen ontmoeten daarna zal sterven.
De lijst van geraadpleegde literatuur aan het einde is indrukwekkend, het dankwoord van de schrijvers laat de lezer toe weer tot rust te komen.
Dit boek is het derde en laatste deel uit een trilogie die onder de naam "Sterke vrouwen" door het leven gaat. De boeken kunnen perfect afzonderlijk gelezen worden. Het voordeel om dat toch in volgorde te doen is dat het toelaat om vast te stellen hoe de schrijvers op een onwaarschijnlijk hoog niveau beginnen (ze publiceerden hiervoor al elk afzonderlijk natuurlijk) er toch in slagen om in elk deel nog boven het voorgaande uit te stijgen.
Hun kenmerkende opbouw in logische blokken en erg korte hoofdstukjes waarbij de naam van het personage waarrand dat deel draait als titel wordt gebruikt laat toe om je volledig op de inhoud te concentreren zonder het risico om de weg kwijt te geraken. Het houdt samen met de vele dialogen het tempo ook hoog.
De opgraving van het artefact waarmee alle goede mysteries beginnen is haar maar gedeeltelijk letterlijk te nemen. Het is bij het inventariseren van een zeer oude kloosterbibliotheek dat een speciaal daarvoor aangstelde archivaris een oud en zeldzaam boek vindt. Wat het zo speciaal maakt is dat daarin losse perkamenten verstopt zitten die, hoewel in perfecte staat, toch nog veel ouder lijken te zijn. Door chantage en bedreigingen en ook wel uit overtuiging om het goede te doen smokkelt hij het boeken buiten en daarmee begint een niet aflatende race om het bezit van de codex (wat de perkamenten blijken te zijn). Meerdere achtervolgers bekampen elkaar doorheen vier landen met als doel de inhoud van de codex wereldkundig te maken, het voor eeuwig te verbergen of gewoonweg te vernietigen. Zeker is dat de kerk op zijn grondvesten zal schudden.
Zoals ondertussen geweten vullen beide schrijvers elkaar perfect aan, elk met zijn eigen specialisme. Jeroen Windmeijer als anthropoloog en thrillerschrijver, Jacob Slavenburg als cultuurhistoricus gespecialiseerd in het christendom. Als je dat voor ogen houdt kan je vaak wel deduceren wiens brein de meeste invloed op bepaalde passages had. Het verloop is grotendeels chronologisch al wordt er wel regelmatig van locatie veranderd om de voortgang tussen de achtervolgende groepen onderling in beeld te brengen.
Er zijn enkele onderbrekingen ingebouwd om de vordering in de vertaling van de codex aan te tonen en zodoende de spanning nog op te voeren. Het perspektief veranderd vaak, samen met de locaties, zodat er altijd verteld wordt vanuit een belanghebbende.
De karakters zijn erg menselijk met hun idealen (waar je het al dan niet mee eens kan zijn), hun achtergrond, hun verlangens en gevoelens en vooral hun persoonlijke belangen en aardse verlangens. Er vallen doden (niet alleen door moord) en dat bepaald voor een deel de sfeer in het boek. Maar de moordenaars en moorden vormen eerder een angstaangjagende grijze achtergrond dan het echte thema.
Psychologisch is het boek heel sterk, ik vermoed dat dat de invloed van Windmeijer is. Het religieuze feitenmateriaal is natuurlijk het alfa en omega van het verhaal en is duidelijk van de hand van Slavenburg.
Wat me trof in vergelijking met de twee vorige boeken uit de cyclus is dat de auteurs voorzichtig wat satire en humor hebben toegevoegd. Vooral de (terechte) expliciete verwijzing naar De Da Vinci Code van Dan Brown vond ik hilarisch. En misschien schreven ze zo wel een stukje frustratie van zich af omdat ze de vergelijking (in hun nadeel) stilaan beu werden. Trouwens ik vermoed dan geen enkele eerlijke lezer daar nu nog kan achter staan.
Wie er nog mocht aan twijfelen, het nederlandse taalgebied bevat de wereldtop op thrillergebied.