Lezersrecensie

Meeslepend, sociaal, rauw en realistisch….


Tea. Tea.
7 jan 2018

‘Nu werd hij luid toegejuicht en vanaf dat ogenblik kwam Etienne op de achtergrond. De sprekers volgden elkaar nu op de boomstronk op met drukke gebaren en wilde voorstellen, in een waanzinnige uitbarsting van fanatisme. De maan scheen neer op de menigte, het diepe woud lag zwijgend rondom die moordkreten….’ (blz 226) Inleiding In dit deel, Germinal, De mijn (1885) van Zola’s 20-delige cyclus Les Rougon-Maquart (1871-1893) beschrijft Zola een staking onder Noord-Franse mijnwerkers. Protagonist Etienne Lantier is gevlucht uit de Provence en zoekt werk. Hij maakt kennis met de plaatselijke bevolking van Montsou en krijgt werk in de mijn. Daar wordt hij geconfronteerd met de mensonterende werkomstandigheden, het verschil tussen arm en rijk en verspreidt hij revolutionaire ideeën. Wanneer na een loonsverlaging de onvrede onder de mijnwerkers toeneemt organiseert hij een staking. Naturalistisch De roman behoort tot de naturalistische stroming. Zola was de eerste die deze term gebruikte in een literaire context. Een van de kenmerken van naturalisme is het determinisme, dat zie je terug in De Mijn, de mensen ontlopen hun lot niet doordat hun afkomst bepaalt hoe hun leven zal verlopen. In Les Rougon-Macquart worden de levens van een familie beschreven, elke keer een andere generatie of een andere tak. Zo zijn alle lagen van de Franse samenleving onder het Tweede Keizerrijk vertegenwoordigd. De kritiek op het keizerlijk regime loopt als een rode draad door de cyclus, hoewel dit bewind tijdens het schrijven van de serie al was gevallen. Voor het schrijven van de verschillende delen deed Zola gedegen onderzoek, zo daalde hij werkelijk af in een mijn om te ervaren hoe het is daar te werken. In de beschrijvingen komt dat duidelijk naar voren, die zijn enorm realistisch. ‘De vier houwers lagen boven elkaar uitgestrekt op het hoge gedeelte van de post. Zij waren gescheiden door planken met haken, die de afgehouwen steenkool tegenhielden. Zij namen ieder ongeveer vier meter van de ader in beslag en die ader was op deze plek nauwelijks vijftig centimeter breed, zodat zij, als het ware platgedrukt tussen dak en wand, op hun knieën en ellebogen moesten kruipen en zich niet konden omkeren zonder hun schouders te stoten’ (blz 35) Arm en rijk De verschillen in arm en rijk in de mijnstreek zijn groot. Etienne komt in aanraking met de familie Maheu, een kinderrijke mijnwerkersfamilie. De armoede is hier doorgedrongen in elke vezel en is dan ook de ideale voedingsbodem voor revolutionaire ideeën. Wanneer er onlusten losbarsten tijdens de staking, gaan alle remmen los en stort een woedende menigte zich op ‘de uitbuiters’. De welgestelden houden in eerste instantie hun poot stijf, ze geven geen haarbreed toe aan de stakers. Met het zaaien van verdeeldheid en het ophangen van zielige verhalen hoe moeilijk zij het hebben in deze industriële crisis proberen ze voet bij stuk te houden. Tot de bezittende klasse behoort onder andere familie Grégoire, rijk geworden door vererving en slimme beleggingen, bewoont dit gezin het riante landhuis Piolaine. Ook Monsieur en Madame Hennebeau horen tot de rijken. Zij hebben geen gelukkig huwelijk, Madame is overspelig en ontevreden, ze denken aan Madame Bovary van Gustave Flaubert. Niet zo vreemd, want Zola liet zich beïnvloeden door Balzac, maar ook door Flaubert. Het leven Door het beschrijven van het meedogenloze leven van mijnwerkersgezinnen rijzen de haren je soms te berge. Wat te denken van de kredietverstrekker die op de pof kan leveren wanneer je je mooie dochter later op de dag langs stuurt? Of wanneer er ‘inspectie’ komt en iemand het lef heeft de armzalige behuizing en leefwijze aan te prijzen als geweldig, maar intussen de neus ophalend, niet weten hoe snel te vluchten uit deze stinkende omgeving. Vrouwen zijn lustobjecten, klaar voor de grijp. Menig ‘mijnmeisje’ heeft op jonge leeftijd al kinderen en wanneer ze besluiten het huis uit te gaan om met een man te gaan wonen, zet dit kwaad bloed bij de ouders, want dan is er weer een inkomen minder in het toch al sappelende bestaan. En aan de andere kant is er de luxe van de ‘bourgeoisie', zij die bezitten en hun kinderen kunnen voorschotelen wat zij blieven, thuisonderricht kunnen geven en alle soorten ontspanning waar de kinderen om vragen. Om hun geweten te sussen mogen hun kinderen aalmoezen geven aan langskomende paupers, nooit geld, want dat zouden ze verteren in de kroeg, wel kleding of voedsel. Motieven en namen. In het Frans heet de de roman Germinal,* letterlijk vertaald is dat ‘kiem’, een mooie titel met een belofte. De mijn waarin Etienne komt te werken heet ‘De Voreux’, dit betekent ‘de vraatzuchtige’, wederom een welgekozen naam voor een werkplek die mens en dier letterlijk opslokt. Beestachtig is een motief dat regelmatig terugkomt. Zo wordt Chaval, de minnaar van een van Maheu’s dochters Catherine, beschreven als iemand met ‘rode snor en baardje die vlamden in zijn zwarte gezicht met de grote neus als de bek van een roofvogel.’ Mijningenieur Négrel wordt omschreven als een beminnelijke fret en een klein meisje, dat als wagenduwster moet werken, trekt haar magere armpjes en beentjes uit als een zwarte mier. Een ander motief is contrast, duidelijk is het verschil in arm en rijk, maar er is ook kou en hitte. Etiennes tocht is zwaar, de striemende oostenwind geselt hem en dan ziet hij vuur van de vuurpotten van mijn. Ook is er donker en het licht, in het begin is de sfeer hoofdzakelijk donker, aan het einde gloort toch het licht en dit is dan weer een mooie connectie met ‘de kiem’. ‘Sappen stroomden met fluisterende stemmen en al het kiemen klonk als één lange kus. En aldoor, steeds duidelijker, alsof zij dichter bij de oppervlakte kwamen , sloegen de kameraden. Bij de vlammende zonnestralen, in deze jeugdige ochtend, was het dit geluid waarvan het landschap zwanger was. Een zwart, wrekend leger, dat langzaam ontkiemde en de voren, dat groot werd voor de oogsten van een volgende eeuw, groeide. Hun ontplooiing zou de aarde spoedig doen openbarsten.’ (slotpassage blz 391) Mijn waardering Dit was het tweede boek dat ik las van Zola, Le Rêve, deel 16 uit de cyclus, heb ik lang geleden in het Frans gelezen. Niet alles uit de serie is vertaald. Het boek leest op zich vlot, maar heeft zeker diepgang (!). Meteen in de openingspassage komt Etienne binnen in een voor hem compleet vreemde wereld, hij weet helemaal niet waar hij terecht komt, net als de lezer staat hij aan het begin van een nieuwe episode, dat schept verwachtingen. Gelet op de details en de naturalistische stijl vind ik het een zeer goed portret van een tijd waarin Zola niet alleen inzoomt op de sociale maatschappelijke crisis, maar ook op de individuele crisis van Etienne. Hij worstelt met zijn alcoholisme, net als zijn vader. De aanloop van de staking en de staking op zich wordt ook erg goed uitgewerkt, zo zijn de verschillen te zien tussen het socialisme van Marx en dat van hen die heilig geloven in de revolutie. Mijn exemplaar heeft geweldige illustraties van Frans Masereel, deze verbeelden exact de veelal donkere sfeer.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur