Lezersrecensie
Toekomstsprookje
28 jan 2021
Dit boek is een juweeltje. De cover trekt al gelijk de aandacht: Aan de waterkant blaast de wind de haren van een meisje in roze jurk horizontaal. Ze staat met de voeten in het water Op de achtergrond zie je nog wat kinderen riet verzamelen. Daaronder staat in stijlvolle, enigszins ouderwets aandoende letters de titel: 'De wind wijst de weg'.
Dat roept al heel wat vragen op en maakt nieuwsgierig. Waarheen wijst de wind de weg? Wie zijn die kinderen? Welke plek is dit?
Zodra je het boek openslaat merkt je dat dit boek met zorg is gemaakt. De kleuren, de illustraties (full-color), de bladspiegel, het lettertype, de ruimte die de pagina's uitstralen. Dat belooft wat.
Het verhaal begint met Jan, die met riet speelt en vaststelt dat het op water drijft. Dan verschijnt het meisje van de cover. Ze weet niet meer hoe ze heet, dus vraagt ze Jan om haar een naam te geven. Hij noemt haar Vera.
Samen besluiten ze een vlot te maken van gevlochten riet en naar de overkant te gaan, want 'zonder overkant kom je nergens'.
Zonder het verhaal verder prijs te geven, wil ik eigenlijk alleen ingaan op de kwaliteit van dit boek. Het is sprookjesachtig. In sprookjes is niet duidelijk wanneer het verhaal zich afspeelt (Er was eens....), of waar (..in een land hier ver vandaan). Zo is in dit boek weggelaten wat er precies aan het boek voorafging, en waar het zich afspeelt. Maar de volwassenen zijn verdwenen, op één na.
Door de entourage vaag te houden krijgen andere elementen van het verhaal meer nadruk.
In dit toekomstsprookje focust het verhaal zich op de manier waarop de kinderen (het zijn er uiteindelijk acht) met elkaar omgaan en hoe zij een leven opbouwen.
In de meeste sprookjes zit een moraal verstopt, wat is goed en wat is fout. In dit verhaal komen de volwassenen er slecht van af. 'Het ging heel erg mis' lees je ergens en 'we hebben het verkeerd gedaan', zegt meneer Bokkum, de enige volwassene in het boek. Daarmee impliceert het boek dat kinderen noodgedwongen de toekomst hebben en daarmee de verantwoordelijkheid om het niet verkeerd te doen. Wie denkt dat dit op hen drukt, moet het boek vooral uitlezen....
Dan de schrijfstijl. Klootwijk gebruikt afwisselende taal, veel dialoog en af en toe poëtische beschrijvingen, die heel goed passen bij jonge kinderen (tot 9 jaar). Er komen niet veel lange zinnen voor, waardoor het boek al snel zelfstandig te lezen is. Het boek heeft ongeveer 70 bladzijden tekst op een ruime bladspiegel, waardoor het aantrekkelijk is voor jonge lezers. Langzame lezers zullen van dit verhaal genieten, omdat er met weinig woorden veel wordt gezegd. Ook zij kunnen dit boek met gemak uitlezen.
Dit boek is uitermate geschikt voor close reading, boekenpraatjes in de klas of stelopdrachten met een filosofisch tintje. Ik kan me geheel vinden in de recensie van Maaike de Vries, die hier enkele voorbeelden van geeft. Het zou zonde zijn om dit boek in de schoolbibliotheek te zetten, waar het in het niet valt bij cartooneske covers van allerlei graphic novels. Zet het op een mooie standaard in de klas, doe wat waxinelichtjes aan bij het voorlezen en neem de rust voor het promoten van dit boek. De wind wijst de weg.
Van dit boek ontving ik een recensie-exemplaar. Maar het voelt als een cadeautje!