Lezersrecensie
Schaken om niet gek te worden
27 jan 2023
“Schaaknovelle” van Stefan Zweig is een goed voorbeeld van hoe compleet een kort verhaal kan zijn en hoe intens je er als lezer van kunt genieten.
Zweig schreef “Schaaknovelle” in Brazilië tussen half september 1941 en de dag van verzending van het typoscript, 21 februari 1942 (nadat hij zelf in 1933 moest vluchten vanwege het nazi-regime).
Op 21 februari 1942 verstuurde hij zijn script, op 22 februari 1942 pleegde hij samen met zijn vrouw zelfmoord: “Aus freiem Willen und mit klaren Sinnen”. Schaaknovelle was dus het laatste verhaal dat Zweig schreef....
“En omdat ik nooit kon bepalen hoeveel informatie ze al bij elkaar gescharreld hadden, werd elk antwoord een gruwelijke verantwoordelijkheid. Gaf ik iets toe dat hun niet bekend was, dan leverde ik misschien onnodig iemand aan zijn beulen over. Ontkende ik te veel, dan deed ik mezelf schade.”(citaat)
“Schaaknovelle” is een verhaal over een schaakpartij tussen wereldkampioen Mirko Czentowitz en de onbekende Dr. B. De verteller is samen met beide heren aan boord van het schip dat van New York naar Buenos Aires in Argentinië vaart. Dr. B. vertelt de verteller hoe hij tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werd geïsoleerd en om niet gek te worden schaakpartijen uit zijn hoofd leerde.
Ik ben geen schaakspeler, ken slechts de regels, maar dit verhaal las ik vol spanning, benieuwd naar de volgende zin, de volgende bladzijde en het verloop van de schaakpartij. Zweig heeft de eenzaamheid en wanhoop in dit psychologische verhaal zo beeldend en poëtisch beschreven dat ik als lezer niet kon stoppen met lezen. Geweldig!
“Deze in wezen onbeschrijfelijke toestand duurde vier maanden. Wel, vier maanden, dat schrijf je gemakkelijk op: niet meer dan een cijfer! Dat spreek je gemakkelijk uit: vier maanden – drie lettergrepen. In een kwartiertje zeg je dat gemakkelijk tussen neus en lippen door: vier maanden! Maar niemand kan weergeven, kan meten, kan aanschouwelijk maken, niet voor een ander en niet voor zichzelf, hoe lang een bepaalde tijd duurt in het ruimteloze en tijdloze, en je kunt niemand uitleggen hoe dat je aanvreet en vernietigt, dat Niets en Niets om je heen, dat altijd alleen maar tafel en bed en waskom en behang, en altijd maar het zwijgen, altijd dezelfde bewaker die zonder je aan te kijken je eten naar je toe schuift, altijd dezelfde gedachten die in het Niets om dat ene heen cirkelen, tot je gek wordt.”(citaat)