Lezersrecensie

Je bent niet de enige...


Ron Roelandt Ron Roelandt
6 jan 2021

Hoe lees je poëzie? Het is de vraag die Ellen Deckwitz ons stelt in “Dit gaat niet over grasmaaien”. Om daar enigszins op te kunnen antwoorden moet je natuurlijk wél poëzie lezen. Ik geloof dan ook niet dat de de “handleiding” van La Deckwitz niet-poëzie-lezers over de streep zal kunnen trekken. Dit gaat niet over grasmaaien is eerder een steuntje in de rug voor de beginnende “poëtist”. Zoals ik. Je hebt vol enthousiasme een bundel gelezen, maar verdwaalt al in de eerste regels van je volgende prooi; een ornitoloog die vrijwel zeker was een zeldzaam exemplaar van de blauwgevederde tjif-tjaf dacht aan te treffen, maar die zich in geen velden of wegen laat zien, terwijl je weet dat hij er zit. Weinig bundels zijn onder wat voor genre dan ook te rubriceren, stelt de literaire duizendpoot, eenvoudig omdat poëziegenres niet bestaan. Ze verschillen daarin met andere literatuur. Het is dan ook moeilijk zoeken en kiezen. La Deckwitz geeft aan hoe te werk te gaan bij het zoeken. En ze stelt gerust als we niet meteen onze draai vinden in een gedicht. Het welslagen van een gedicht werkt immers heel veel op gevoel. Gevoel, ten eerste dat van de dichter zelf, maar ten tweede – niet te onderschatten – dat van de lezer. Een gedicht verandert in de tijd, en met de tijd. Ellen Deckwitz draagt daarvoor bijvoorbeeld de huidige pandemie aan, waarnaar je je op het ogenblik als lezer soms verwezen voelt, ook bij poëzie die voor het covid-tijdperk geschreven is. Wat ik uit de voorbeelden en ervaringen van Ellen Deckwitz herleid is dat poëzie overeenkomt met een gedachtenstroom. Moeilijk te sturen, niet netjes omlijnd omschreven als een roman, gevoel. Het is heel herkenbaar. Waarmee ik dus haar woorden ,,Je bent niet de enige’’, die ze een aantal keren in het boekwerkje gebruikt, kan bevestigen. Je bent niet de enige die bang is, verdrietig soms, verward. Je bent niet de enige met de gevoelens die je hebt. Bedankt voor het steuntje in de rug, Ellen. ●●●○○ (3/5) POËZIE IS EEN DAAD Poëzie is een daad van bevestiging. Ik bevestig dat ik leef, dat ik niet alleen leef. Poëzie is een toekomst, denken aan volgende week, aan een ander land, aan jou als je oud bent. Poëzie is mijn adem, beweegt mijn voeten, aarzelend soms, over de aarde die daarom vraagt. Voltaire had pokken, maar genas zichzelf door o.a. te drinken 120 liter limonade: dat is poëzie. Of neem de branding. Stukgeslagen op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen, maar herneemt zich en is daarin poëzie. Elk woord dat wordt geschreven is een aanslag op de ouderdom. Tenslotte wint de dood, jazeker, maar de dood is slechts de stilte in de zaal nadat het laatste woord geklonken heeft. De dood is een ontroering. © Remco Campert, uit: Het huis waarin ik woonde (1955) PS: Poëzie is niet snobistisch. Voor de volledige recensie: https://rondetijd.blogspot.com/2021/03/dit-gaat-niet-over-grasmaaien.html

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur