Lezersrecensie
Aan schor en Stad Niks voorbij: Aon leech en Stêd Niks foarby
10 jan 2021
Ik verblijf soms in Eindhoven. De laatste keer had ik wat tijd over om wat uitgebreider op verkenningstocht te gaan. Niet in het centrum met haar winkelketens van veertien in een onpersoonlijk dozijn, maar net over de rand. Op de Kleine Berg kwam ik langs een kleine boekhandel, Spijkerman. Zoiets waar je je neus maar even binnen hoeft te steken om te begrijpen dat hier niet slechts van nering sprake is, maar vooral ook van verering. Boeken, waarvan een gedeelte, ondanks de geringe ruimte, in een aangename horizontale bladerpositie. De klant kan de kont moeilijk keren, maar voelt zich desondanks verwend. Een hele kleine, met zorg samengestelde poëzie-collectie, precies waar ik naar op zoek was. Een gedrukte bundel met zijn lettertype, zijn opzet, zijn formaat, zijn doorbladerheid, het zijn dingen die je in een e-versie mist maar waar ik vanuit het buitenland niet eenvoudig de hand op weet te leggen. Met drie boekjes ging ik uiteindelijk de winkel uit. Gepind, op vriendelijk maar nadrukkelijk verzoek. Alleen wat dat betreft doet Boekhandel Spijkerman niet aan een boekhandel uit de ouwe tijd denken.
Ik las dat Jannie Regnerus zich voor het schrijven van ‘Nachtschrijver’ heeft laten inspireren door de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. Door een ziekte werd deze poëet, net als zijn broer, tijdens zijn jeugd geleidelijk blind. Als een spons heeft hij de resterende tijd waarin hij waarnemen kon gebruikt om zoveel mogelijk te zien, te lezen, zoveel mogelijk te absorberen.
Eén van de bundeltjes die ik bij Spijkerman kocht was van zijn hand, “Aan schor en Stad Niks voorbij”, in de oorspronkelijke taal, het Fries “Aon leech en Stêd Niks foarby”.
Hoewel de vertaling van de schrijver en Benno Barnard weinig te wensen overlaat is het jammer dat ik geen Fries spreek. Twee (lange) gedichten is voldoende om overstag te gaan.
Zeelicht ploegt het land en
De zielsverlaten laagte van
Deze geslagen kust wijst een dwaalwind
Juist de weg naar een groene tempelvloer onder
Een stoet van wolken op bedevaart; gelovige vogels
Aan de blauwe vensters
In de lucht, dromens van een vis
Of vijf, broden twee, het stille kauwen.
Als zijn heden afloopt, spoelt een witte zee zijn
Woeste wezen aan, wild einde van alles wat men zich
Als toekomst denken kan.
Zilververs geploegde grijze
Voren, die voor een rood aangelopen
Zwartrokende tractor met een man zwemmend in
Een glazen cabine uitgolven, snijden, aan schor en
Stad Niks voorbij, de kim.
Zeevogels – de witte ogen
Van norse klei – pikken in de flarden
Rafelende tijd, slikken vette wormen, die
Net zoals de dood het daglicht niet kunnen verdragen.
‘Aan schor en Stad Niks voorbij: Aon leech en Stêd Niks foarby’ – Tsjêbbe Hettinga (2010)
●●●●○ (4/5)
De volledige recensie lees je hier: https://rondetijd.blogspot.com/2021/12/nachtschrijver-aan-schor-en-stad-niks.html