Lezersrecensie
Nog niet zo makkelijk
31 jan 2018
“In de literatuur is genre onbelangrijk”, schrijft journalist Bas Heijne in het voorwoord van Stervensuur, een bundel korte spannende verhalen. Uitgeverij Anthos|Literaire Thrillers is zelfs van mening “dat de grens tussen thrillers en literatuur een denkbeeldige is”. Hoewel thrillerschrijvers vinden dat het spannende genre volwassen is en dus serieus genomen moet worden, en literaire auteurs - onder meer door mee te werken aan bundels als deze - op hun beurt de misdaadauteurs de hand willen reiken, toont Stervensuur opnieuw aan dat discussie op dit punt zinloos is. Er is wel degelijk verschil. Literaire auteurs hebben het nu eenmaal makkelijk. Zij hoeven niet na te denken over een sterk plot, geloofwaardige personages en realistische scènes. Het neerzetten van mooie, zwierige zinnen over fantastische belevenissen van zweverige hoofdpersonen is voor hen voldoende. Met deze bouwstenen kan een intelligente lezer immers zelf een boeiende wereld creëren. Nou, zo makkelijk kom je er bij de doorgewinterde thrillerliefhebber niet van af!
Toegegeven, Herman Koch geeft Stervensuur een geweldige start. Hij schreef een even bizar als alledaags verhaal met een interessante hoofdpersoon: een gedreven politieman die vanwege een potje computerpatience verwordt tot een onzekere angstdromer. Koch vertelt veel over van alles in slechts dertig pagina’s en weet met een fraaie slotzin zelfs het laatste losse draadje vast te knopen. Marcel Möring daarentegen zet simpelweg flink wat fraai geconstrueerde zinnen achter elkaar. Het verhaal is totaal onnavolgbaar en daarmee in het geheel niet spannend. Christiaan Weijts doet dat beter. Het verhaal is begrijpelijk en interessant. Maar waarom laat hij een nerveuze controlefreak dingen doen die een echte nerveuze controlefreak nooit zou doen? Hoewel het slot het een en ander verklaart, heeft deze onlogica de lezer al te veel roet in het bord met leesplezier gegooid.
Ook Rob van Essen heeft moeite met het aantrekkelijk maken van zijn hoofdpersoon. Het verhaal is boeiend, intrigerend en knap in elkaar gezet. Maar het is ook onbevredigend. We kennen de hoofdpersoon te slecht om zijn bizarre daad aan het slot van het verhaal te begrijpen. En hoezo overleeft hij? Waar Van Essen ruimte te kort had, zag Saskia de Coster een overschot. Haar interessante verhaal met (een) bijzonder(e) personage(s) kent net een beschouwing, zijweggetje en zin te veel voor een kort spannend verhaal. Maar het kan erger: naast spanning ontbreekt het verhaal volledig in het slotstuk van Manon Uphoff. Gezien de inleiding is opname in de bundel overigens best verklaarbaar, maar presenteer het dan niet als een mini-thriller. (En laat er redactie op los: twee taalfouten en een eigenaardig violet in de lucht dat twee keer nog niet eerder gezien is, past zelfs niet in een (kort) literair verhaal.)
Valt er buiten Koch dus weinig te genieten? Zeker niet. Zowel Wanda Reisel als Stine Jensen schreven een geweldig, heerlijk spannend kort verhaal. Ze weten de lezer - op een compleet eigen wijze - te tergen met allerlei onheilspellende personages, dialogen en voorvallen. Een zinderend slot dat een flinke tijd blijft hangen vormt bij beiden de slagroom op de taart.
Alle auteurs gebruiken op fraaie wijze hun taal om een verhaal te vertellen, maar alleen Koch, Reisel en Jensen hebben begrepen dat het in de thriller bovenal om het effect spanning gaat. En dat is helemaal nog niet zo makkelijk te bereiken. Het is een vak apart.