Lezersrecensie
Geen genade voor de lezer
10 jan 2023
Wat een boek! Nooit gedacht dat een schrijver me zo bezig kon houden met iets waarmee ik nooit bezig gehouden wilde worden. Theodor leek in het eerste deel (het boek bestaat uit drie ongeveer gelijke delen) een vrolijke flierefluiter, een levensgenieter, ofschoon er in zijn tijd en plaats voor een asociaal figuur als hij weinig te genieten valt. Zijn vrouw Leni staat duizend angsten uit en in paniek, buiten medeweten van Theodor, brengt ze hun negen kinderen op de dag voor Kristallnacht (10-11-1938) naar een naziopvoedingsgesticht (historisch, getuige een interview op het ZDF).
Natuurlijk gaat Theodor op zoek naar zijn kinderen. Een bittere tocht door Aken volgt, tot hij in de armen van de Grüne Polizei loopt en dan wordt hij afgevoerd naar Buchenwald. Daar probeert hij het hoofd te bieden aan buitensporig geweld, maar als hij geconfronteerd wordt met Puppenjunge, kinderen die de SS erop nahield voor perverse feesten, wordt hij gek van het idee dat ook zijn kinderen bij de Puppenjunge terecht zijn gekomen.
Hij moet onder behandeling bij dokter Ding, de beruchte kamparts, die hem onder verdoving brengt. Als hij wakker wordt, lijkt hij een ander mens. Hij krijgt een koningsmantel om en een lampenkap op zijn hoofd en waant zich koning van Buchenwald als hij door de kampstraten schrijdt, terwijl zijn bewakers links en rechts gevangenen afknallen die durven te lachen.
Na verschillende strafexercities komt hij voor het vuurpeloton. Hij overleeft. En ontsnapt. Maar hij is een "muzelman" geworden, zoals ze destijds genoemd werden in het kamp: mensen die immuun geworden zijn voor het vele geweld en onvoorspelbaar reageren. Theodor beseft dat hij zijn vrijheid heeft herwonnen, maar zijn reactie is gruwelijk: moorden, uit de weg ruimen, alles en iedereen die hem enigszins hindert. Zelfs een vriendelijke vrouw in een trein hindert hem. Zelf wordt hij niet gehinderd door ook maar enig besef van menselijkheid. Hij zoekt vernietiging van iedereen die hij tegenkomt, behalve van de geroofde baby die hij meezeult in een kinderwagen en later in een boodschappentas. Van de werkelijkheid heeft hij geen enkel besef meer. Hij is niets anders gewend dan oorlog, maar als lezer krijg je signalen dat die al lang is afgelopen. Aan het eind staat hij tegenover een neonazi-achtige bende in de bossen bij Vaals. Hij heeft twee revolvers, hoeveel kogels weet hij niet. De baby reikt naar hem vanuit de boodschappentas. Hij is vastbesloten haar te beschermen. De leider van de bende schiet hij alvast dood.
Dat is het moment waarop je terugkeert in Theodors hoofd. Je had hem verafschuwd, maar je kwam niet van hem los. Je zat met hem in je maag. Maar nu wil je dat hij het kind kan redden en hoop je dat hij genoeg kogels heeft,
De roman is een confrontatie met jezelf. Het verhaal schopt je van de ene hoek naar de andere in een arena die wordt bepaald door je rechtvaardigheidsgevoel, je moreel besef en je eigen positie daarin. En die wordt doorlopend verstoord door de wreedheden die Theodor begaat en waaraan je als lezer deel lijkt te hebben. Je wordt medeplichtig, je komt niet van hem los. Al zou je het willen, maar je wilt niet echt. Je wilt weten hoe het afloopt. "Ik had te doen met die man", bekende een vriendin. Ja, dat is wat mij betreft de meest adequate reactie.
Knap van de schrijver zoals hij verteltechnieken gebruikt om je kop te verdraaien. Dagenlang bleef ik zitten met Theodor in mijn kop. Niet eerder heeft een boek mij zo van mijn stuk gebracht. Was dat de bedoeling, Piet Poell?