Lezersrecensie
Anton de Kom inspireert en klaagt aan
11 jan 2024
In 1931 voltooide Anton de Kom zijn politieke pamflet Wij slaven van Suriname, waarin hij de Surinaamse geschiedenis vanuit een antikoloniale blik vertelt. De betekenis van dit pamflet zit nauwelijks in de schrijnende geschiedschrijving; hiervoor heeft De Kom zich immers grotendeels moeten baseren op de bestaande bronnen en het onrecht en de wreedheden die de slaven moesten ondergaan zijn daarin beschreven. Toch maken twee zaken de geschiedschrijving door De Kom bijzonder: ten eerste het zwarte perspectief (al was dat niet uniek, zie de autobiografie van een slaaf, The Interesting Narrative of the Life of Olaudah Equiano, die 140 jaar eerder was verschenen) en ten tweede zijn beschrijving van de psychologische effecten van het koloniale regime, die voordien werden genegeerd. De geschiedschrijving vanuit zwart perspectief is de laatste jaren dominant geworden, maar 90 jaar geleden was dat nog ongehoord. Geschiedschrijving is in Wij slaven van Suriname echter geen doel maar een middel.
De kracht van het pamflet zit in de wijze waarop De Kom het kolonialisme en het grootkapitaal aanklaagde en de kracht waarmee hij Surinamers inspireerde om hun slavenmentaliteit (70 jaar na afschaffing van de slavernij) af te leggen. Zolang zij zich ondergeschikt aan de Nederlanders bleven voelen was er volgens hem geen verbetering mogelijk. Hij formuleerde het als volgt: “Geen volk kan tot volle wasdom komen, dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft.”
Met enorme bevlogenheid wist hij Surinamers te inspireren om trots te zijn op hun geschiedenis. Hij inspireerde ze om op te houden met nederig te zijn en in plaats daarvan voor hun belangen op te komen. Dat deed hij door marrons (gevluchte slaven) die tegen het koloniale gezag streden tot helden te verheffen. Zij waren immers de aanvoerders van hun vrijheidsstrijd, een strijd die De Kom vergeleek met de vrijheidsstrijd die in de 19e eeuw in Europese landen gaande was. En dat deed De Kom ook door te betogen dat de Surinamers boven de Nederlanders stonden, want die bakra’s (witten) faalden in de verspreiding van hun geloof en faalden ook in de exploitatie van de plantages, zelfs al maakten ze gebruik van slaven en later van contractarbeiders. De Kom inspireerde ook door de schoonheid van de Surinaamse natuur te bezingen en te spreken van “wij slaven van Suriname”, waaronder ook de latere contractarbeiders uit Azië vielen.
Tegelijk klaagde hij met sarcasme en verbetenheid de witte Nederlanders aan door met zijn verhalen over onrecht en ongekende wreedheid dit kleinzielige volk van kolonisten een spiegel voor te houden. Door de slaven en contractarbeiders een gezicht te geven komen de wandaden op hartverscheurende wijze binnen. Ook het grootkapitaal moet het ontgelden. Het pamflet belicht de schaduwkant van Hollands glorie en het kapitalisme. Het roept de witte Nederlander en het grootkapitaal op een toontje lager te zingen.
Anton de Kom werd in 1898 in Paramaribo geboren. Zijn grootouders vertelden Anton over het leven in slavernij. Na zijn vestiging in Nederland in 1920 vertelde hij op scholen over de geschiedenis van de slavernij en ging schrijven voor de Communistische Gids. Tegelijk schreef hij Wij slaven van Suriname, dat hij in 1931 voltooide. Bij zijn terugkeer naar Suriname in 1933 werd hij door de uitgebuite arbeiders als messias binnengehaald. Na drie maanden gevangenschap werd hij naar Nederland verbannen. Hij streed voor de bevrijding van de arbeider, niet voor de onafhankelijkheid van Suriname. Wij slaven van Suriname werd door de Duitse bezetter verboden. De Kom bleef in de oorlog artikelen schrijven voor verzetsbladen. Hij werd verraden, gedeporteerd en stierf in 1945 in een Duits concentratiekamp aan de gevolgen van tuberculose. De Kom is in een massagraf begraven. Zijn hoofd prijkt op alle Surinaamse bankbiljetten die sinds 1986 zijn uitgegeven. De vraag waarom erkenning zo lang heeft geduurd, is nog niet beantwoord.