Lezersrecensie
Ongecompliceerd historisch melodrama
10 jan 2024
Cynthia McLeod wordt wel de ‘grande dame’ van de Surinaamse literatuur genoemd. Dat zette me op het verkeerde been, want met de grootse romans van die andere grande dame, Hella Haasse, heeft de historische roman ‘Hoe duur was de suiker?’ namelijk niets te maken.
McLeod vertelt het verhaal van twee halfzussen die in de tweede helft van de 18e eeuw met hun joodse familie op een suikerplantage in Suriname wonen. De twee hebben de hele dag niets te doen en doden de tijd door te kletsen en te roddelen; het enige waar ze naar uitkijken zijn feestjes. In hun eerste huwelijksjaren bloeien buitenechtelijke relaties op, die de onderlinge haat, nijd en jaloezie vergroten. Bovendien loopt na 1772 de spanning op de plantages op vanwege de economische crisis, marrons die planters vermoorden en tropische ziektes.
De reden om deze roman te lezen ligt in het historische decor. McLeod is op haar best in het schetsen van karakteristieke sfeer en gebruiken destijds en de historische feiten, zoals de strijd van de marrons (gevluchte slaven) tegen de militairen, het kastijden van slaven, de sociale omgangsvormen en de rechtszaak die Elisabeth Samson, een vrije zwarte vrouw die al in 1771 miljonair (!) was, voerde omdat ze niet met een witte man mocht huwen.
Met dit historisch decor heeft McLeod een liefdesverhaal verzonnen over twee verwende, verveelde en kleinzielige halfzussen uit een plantersfamilie. De halfzussen staan voor de verveelde, verderfelijke, bandeloze, gedegenereerde en hooghartige witte families die naar Suriname waren gekomen om snel en gemakkelijk rijk te worden, pronkten met hun weelde en overdaad, en van wie sommigen in ongekende wreedheden vervielen. Doordat hun onsympathieke gedrag irritatie bij de lezer oproept heeft de schrijfster dat geslaagd, door middel van een hyperbool, invoelbaar gemaakt.
McLeod heeft het verhaal van de halfzussen echter laten ontsporen door er een melodrama van te maken, waardoor het verhaal juist kracht verliest en de verhalen van de slaven en marrons ondersneeuwen en het perspectief van zwarte personages te weinig aan bod komt. Ook de uitwerking valt tegen. De dialogen zijn houterig, alle personages kunnen netjes in hokjes worden ingedeeld, het proza is kinderlijk, gebeurtenissen zijn ongeloofwaardig, er is geen ruimte voor verbeelding en oppervlakkigheid is troef. De beschrijvingen van verliefdheid en het einde zijn tenenkrommend.
Dit ongecompliceerde melodrama is geschikt voor scholieren in de onderbouw, die meer willen weten over de geschiedenis van Suriname.