Lezersrecensie
Ontsnappen uit de alledaagsheid van het bestaan
4 jan 2023
‘De kus’ is een beklemmende roman van Jan Wolkers uit 1977 die nu niet meer gepubliceerd zou worden en het waard is om gelezen en herlezen te worden.
Twee jeugdvrienden, Bob en de ik-figuur, zijn op een georganiseerde rondreis door Indonesië. De reis confronteert beide mannen met onvoltooid verleden. De succesvolle zakenman Bob heeft twee trauma’s. Zijn eerste trauma is ontstaan toen hij met klasgenootje Nellie de straat overstak en zij gruwelijk werd overreden. Zijn tweede trauma is dat hij als soldaat een onschuldige man heeft doodgeschoten, in wat voorheen met bersiap en politionele acties werd aangeduid en de meesten nu de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog noemen. Naarmate hij dieper in zijn oorlogsverleden duikt, takelt hij lichamelijk verder af. Het is alsof ‘het vervloekte land wraak neemt’. De ik-figuur worstelt met zijn erotische gevoelens voor Bob. Sinds Bob hem bij zijn vertrek naar Indië dwingend een hartstochtelijke zoen op de mond gaf, twijfelt de ik-figuur of er meer is tussen Bob en hem dan alleen vriendschap.
Door het trauma uit zijn kleutertijd kan Bob geen bestendige relatie aangaan omdat hij altijd bang is dat hij zijn liefde zal kwijtraken. Hij vlucht in drank, promiscuïteit en het leger. Bob heeft periodes dat hij met alle meiden aanpapt, gevolgd door periodes van volkomen eenzaamheid waarin hij iedereen buitensluit. Het oorlogstrauma komt daar dan nog bovenop: Bob heeft een meisje verkracht en een man doodgeschoten. Sinds enkele jaren deelt Bob zijn trauma’s en schuldgevoelens met de ik-figuur. Over zijn seksuele uitspattingen schept Bob al zijn hele leven op tegenover zijn vriend. Tijdens de reis herbeleeft Bob zijn tijd in het leger. Bobs steeds terugkerende tandpasta met wit-blauwe strepen verwijst naar de strijd om het Nederlandse gezag te herstellen: na het uitroepen van de onafhankelijkheid knipten Indonesiërs de blauwe baan van de Nederlandse vlaggen af en bleef de rood-witte vlag van Indonesië over. Deze tandpasta is niet bestemd voor de ik-figuur, die in Nederland bleef.
Het leven van de ik-figuur wordt door schaamte beheerst. Allereerst worstelt hij met zijn latente erotische gevoelens voor Bob. De gezamenlijke reis stelt hem in staat te fantaseren over Bob, te kijken naar Bob, en lichamelijke toenadering tot Bob te zoeken, maar Bob gaat op geen enkele toenaderingspoging in. Bobs kus destijds maakte hem nieuwsgierig en verward: hij voelt zich tot Bob aangetrokken maar dat vervult hem ook met afschuw en schaamte. Er is sprake van een schuldgevoel jegens Bob: de ik-figuur heeft vaak gewenst dat Bob zou omkomen in Indië, omdat hij alleen was achtergebleven, omdat Bobs leven verder ging zonder hem. Ten slotte schaamt de ik-figuur er zich ook voor dat hij incestueus met zijn zus heeft gezoend en ze bijna met elkaar naar bed gingen.
De ik-figuur is niet in staat het met Bob over diens trauma’s te hebben. Ook is hij niet in staat zijn eigen schaamte en schuldgevoelens met zijn beste vriend te delen, uit angst om de vriendschap te bezoedelen of te verliezen.
Wolkers voert de andere personages als karikaturen op. De burgerlijke en egocentrische Nederlandse toeristen maken de reis alleen uit heimwee naar Indië en de Indonesiërs zijn onpeilbaar en corrupt. Toeristen die er respectloos souvenirs en mooie plaatjes komen halen en niets brengen, blijven de cultuur vertrappen. Omdat ze zich nergens in verdiepen zien ze geen verschil tussen een Batak en een Javaan en geen verschil tussen een Balinese en een Javaanse dans. Slechts één reisgenoot weet dat er vier jaar geleden een massamoord heeft plaatsgevonden waarbij een half tot een miljoen mensen is omgekomen, de rest heeft geen idee en wil het ook niet weten. Bob, de enige met compassie, heeft oog voor de schrijnende armoede en geeft aan bedelaars en bedienden – het is wel duidelijk dat hij wat goed te maken heeft.
De enige keer dat er een aanzet is tot wezenlijk contact met de lokale bevolking is wanneer de ik-figuur bij een echtpaar in Djokjakarta logeert. Terwijl hij hen in een schetsboekje tekent, mijmert hij zinnen uit een toespraak van Multatuli. Bij het afscheid kan hij geen woord uitbrengen en geeft de gastvrouw een handkus. Zij geeft hem een takje orchideeën, de bloem die later tot de nationale bloem van bekoorlijkheid is uitgeroepen. Het noodgedwongen afscheid nemen gaat de ik-figuur beter af dan Bob. Bob stuntelde met een kus op de mond en weigert vaarwel te zeggen tegen zijn jeugdige kracht en schoonheid.
Het epigram heeft betrekking op het ontsnappen uit de alledaagsheid van het bestaan. De vrijgevochten Bob wil dat bereiken door erop los te leven en zich te blijven gedragen als twintigjarige. Maar vanaf het begin van de roman is voelbaar dat de aftakeling, de dood en het noodlot onontkoombaar zijn. Wat ik miste is een sterkere ontwikkeling van de kernthema’s, die meer uitgediept hadden kunnen worden. Wolkers had ook meer kunnen doen met het schimmenspel wajang kulit en de duivelsuitdrijving van de Ketjakdans dan ze slechts als obligate toeristische attractie opvoeren. Verder laat Wolkers’ stijl weinig aan de verbeelding over, maar dat is een kwestie van smaak.
Wolkers schrijft zoals altijd zeer overtuigend, ongekunsteld en ongegeneerd. ‘De kus’ stamt uit een tijd dat er nog geen sensitivity readers bestonden. De roman wordt dan misschien niet tot de literaire meesterwerken gerekend, zijn thema’s grijpen je na 46 jaar nog altijd aan, al zullen ze nu anders worden geïnterpreteerd dan destijds. Een beklemmende roman die het nog steeds verdient om te worden gelezen en herlezen.