Lezersrecensie
De Indische romans
16 jan 2023
In deze uitgave 'Boeken van herinnering' zijn vier korte romans van F. Springer gebundeld: Tabee, New York; Bougainville; Bandoeng-Bandung; Kandy. Alle vier hebben de herinnering aan een idyllische jeugd in de jaren dertig in Nederlands-Indië gemeen. Een plek die voor de Europeanen idyllisch was vanwege de grote villa’s met goed onderhouden tuinen en zwembaden, personeel, het aangename klimaat en de afwezigheid van criminaliteit en van het bekrompen Nederlandse keurslijf. Springer heeft zich altijd verzet tegen het etiket Indisch vanwege mogelijke 'onwaarachtige associaties met koloniale nostalgie'.
Met ‘Bougainville. Een gedenkschrift’ heeft Springer zich in 1981 als meesterverteller gevestigd. Deze roman behoort tot de ontroerendste die ik ken.
De vriendschap tussen Bo, het alter ego van Springer, en Tommie Vaulant stamt uit de tijd dat ze in Malang (Java) buurjongens waren en in Den Haag op hetzelfde gymnasium zaten. Twintig jaar later is Bo als consul naar Bangladesh gestuurd om het net onafhankelijk geworden land mede op te bouwen. Tijdens een bezoek aan Bo verdrinkt Tommie in de zee. Was dat een noodlottig ongeval? Tommie was ongelukkig met zijn gezin, teleurgesteld in zijn werk als VN-medewerker, zijn najagen van de Amerikaanse droom bleek hol, hij voelde zich geleefd en was wellicht zelfs levensmoe. Maar ach, mijmert Bo, het leven wordt toch nooit wat je je ervan voorstelde. Tommie wilde zijn gebonden bestaan ontvluchten en hunkerde naar paradijselijke oorden zoals het eiland Bougainville in de Stille Zuidzee, vol weemoed omdat zijn idyllische Indië was verzonken.
Enkele weken voor zijn verdrinking vindt een sleutelmoment plaats als Tommies hoogste levensgeluk, de eenwording met de ander, door een misverstand tot één etmaal wordt beperkt. Moedeloos probeert hij dan het treurigste verhaal dat hij kent, The Good Soldier van Ford Madox Ford, in treurigheid te overtreffen – en krijgt het niet op papier. Hij besluit daarop zijn memoires, tezamen met de dagboeken van zijn opa, definitief dicht te slaan en aan Bo na te laten. Na Tommies dood stuurt zijn weduwe deze documenten aan Bo. Via deze schriften maken we kennis met Tommies vader, die als Japans krijgsgevangene stierf, met zijn marxistische en daarom afgedankte opa, die met Mata Hari zou hebben geslapen, met zijn overgrootvader, die een goede kennis van Multatuli zou zijn, en met zijn jeugdliefde en het mooiste meisje van het gymnasium Marleen, op wie ook Bo destijds verliefd was. Uiteindelijk is het Bo die het verhaal Bougainville schrijft, als eerbetoon aan zijn omgekomen jeugdvriend. Hiermee is Tommies plaats van verbeelding toch nog werkelijkheid geworden.
Springer heeft de vele verhalen en personages vakkundig verweven in een complexe structuur - hij vertelt de Indische herinneringen chronologisch en de gebeurtenissen in het heden niet-chronologisch. Er zijn legio verwijzingen naar literatuur en schrijvers zoals Du Perron en F. Scott Fitzgerald. Madeleen is de personificatie van de nog niet aangetaste jeugd, en haar naam verwijst naar de lekkernij madeleine die volgens Proust bij nuttiging een stortvloed aan zoete herinneringen in gang zet. Op een filosofisch niveau valt een thema op dat Indonesië, Bangladesh en Tommy delen: alle drie breken ze met het verleden en proberen autonoom te zijn, hun eigen toekomst ter hand te nemen. Na hun onafhankelijkheid hebben Indonesië en Bangladesh honderdduizenden van hun eigen burgers omgebracht - was de verdrinking van Tommie daarom onvermijdelijk?
Bougainville bewijst dat Springer grote literatuur kon schrijven. De grootste prestatie is dat het Springer is gelukt om de emoties te beheersen en het verhaal niet te laten ontsporen in sentimentaliteit; wellicht dat het verhaal juist daarom zo aangrijpend is. Knap is ook hoe Springer de dreiging van het noodlot herhaaldelijk laat terugkeren, waarmee hij de spanning uitstekend weet te doseren. De stijl van Springer is enigszins ironisch en nuchter.
De drie overige Indische romans zijn in andere landen gesitueerd maar kennen eenzelfde thematiek als Bougainville en zijn het lezen waard. Jonge lezers zullen zich misschien wat moeilijker met de hoofdpersonages kunnen identificeren en veel literaire elementen over het hoofd zien. De vier romans zijn in de periode 1971-1998 geschreven en hebben de tand des tijds doorstaan. De beperkte rol van vrouwen is soms tenenkrommend maar past in de toenmalige context. De thema’s vriendschap, liefde, eenzaamheid en gelukzaligheid, of misschien slechts de herinnering daaraan, zijn tijdloos en de schrijfstijl blijft fris en stralend.
De roman Bougainville werd met de F. Bordewijkprijs bekroond.