Lezersrecensie
Vooral informatie
29 jan 2020
Dik boek van een emeritus-hoogleraar geschiedenis beschrijft uitgebreid - met veel bronvermeldingen, verwijzingen, voetnoten en illustraties- hoe, onder invloed van wat en wie en wanneer, de zucht naar beschrijving van, behoud van kennis over kunstvoorwerpen uit de geschiedenis van de meeste landen en volkeren en meer in het bijzonder van Nederland is ontstaan en op welke manier deze zucht verandert. In de negentiende eeuw heeft dit historiebehoud zijn belangrijkste wortels culminerend in de bouw van het Rijksmuseum (de geschiedeniskathedraal zoals zij die noemt); de 20e eeuw zorgde voor consolidatie en uitbouw, maar de auteur vindt in de 21e eeuw het historisch besef weer minder worden, ook onder invloed van de beknibbelende rol der overheid. Eigenlijk is dit meer een zeer volumineuze dissertatie; volgens de critici heeft de schrijfster "een vlotte pen" maar dat is mij niet zo opgevallen.