Lezersrecensie
De Kapellekensbaan
27 jan 2021
Reeds vele jaren stond deze “must-read”-klassieker op m’n “te-lezen-lijst”, nu deze winter had ik me er eindelijk aan gezet.
In de literatuurwereld doet ’n verhaal de ronde dat Louis Paul Boon ooit genomineerd zou geweest zijn voor de Nobelprijs voor Literatuur. Hij zou uitgenodigd geweest zijn op de Zweedse ambassade om deze mededeling te ontvangen, toevallig en precies 1 dag na zijn overlijden op 10 mei 1979 (sic Nederlandse Wikipedia).
Onlangs las ik nog ’n roman van hem die me wél beviel (“De meisjes van Jesses”).
Allemaal goede redenen dus om zijn Kapellekensbaan nu te lezen.
En tot m’n grote spijt werd deze opnieuw ’n tegenvaller. Raadpleging van m’n persoonlijke titellijst leert me dat ’n veel vroegere lezing van drie andere titels van hem eveneens zeer slechte scores vermeldt (“De bende van Jan de Lichte”, “Memoires van de heer Daegeman”, “Mieke Maaike’s obscene jeugd”).
In het uitgebreide nawoord van Kris Humbeeck & Bart Vanegeren wordt de geschiedenis van dit werk uit 1953 (dat toen voor zeer modernistisch en ongewoon/gedurfd doorging) op boeiende wijze uiteengezet. L.P. Boon kreeg toen bakken kritiek over zich heen (het werd als “onleesbaar” bestempeld, ik kan me daar iets bij voorstellen), en over ’t algemeen kreeg hij zijn boeken toen moeilijk verkocht in Vlaanderen, wat verklaart waarom hij naar Manteau is uitgeweken.
In onze Vlaamse boekenwereld werd je geacht de Kapellekensbaan ooit in je leven gelezen te hebben, daarmee is m’n plicht dus vervuld, maar ik kon me er absoluut niet toe brengen dit werk helemaal tot het einde uit te krijgen.
Klaarblijkelijk is L.P. Boon m’n ding niet.