Lezersrecensie
Ode aan Oostende
25 jan 2022
Als het zomers warm is, loopt België leeg op het strand van Oostende. Het is al heel lang zo en velen hebben er jeugdherinneringen aan. Maar Oostende is niet alleen een badplaats. Wie nergens zijn draai kan vinden, strandt uiteindelijk in Oostende. Het Europese vasteland houdt er op, het is het eindpunt van het spoor. Eindelijk zee, ruimte, licht en lucht. Geen wonder dat Oostende een grote aantrekkingskracht had op kunstenaars en schrijvers. De schilders James Ensor en Léon Spilliaert woonden er, Hugo Claus groeide er op, Marcel Proust, Joseph Roth en Stefan Zweig schreven er.
Voor Koen Peeters is Oostende een toevluchtsoord. Hij werkt al lange tijd in Brussel bij een bank, maar zo nu en dan heeft hij er schoon genoeg van en rijdt naar Oostende. Een ontsnappingsroute naar de vrijheid. Hij ontmoet er de schilder Koen Broucke, met wie hij bevriend raakt. Met hem spreekt hij later af en samen gaan ze op speurtocht in de stad om de zinnen te verzetten.
Meestal hebben ze een thema en gaan op zoek naar het oude Oostende. Veel oude gebouwen zijn gesloopt door projectontwikkelaars en hebben plaatsgemaakt voor appartementen en parkeerplaatsen. Vroeger leefde Oostende van de visserij, maar dat is nu nog maar een schim van weleer. Toch is de verloren tijd terug te vinden.
De vrienden ‘bladeren’ door de stad: ze laten zich leiden door invallen en associaties, ze wandelen kriskras door straatjes en steegjes, spreken mensen aan en komen van alles toevallig aan de weet. Ze ontdekken het verleden van gebouwen, schilders en schrijvers. Peeters wil graag relikwieën hebben die hem aan de wandeling of het thema ervan herinneren. Zo krijgt hij van een oude vrouw een afbeelding van de vroegere vissersboot. ‘Kamer in Oostende’ is de neerslag van 34 ontmoetingen in Oostende, evenveel als het aantal kamers in het vroegere hotel van de vergeten schrijver Gaston Duribreux. Aan de wandelingen samen komt een eind als Broucke in de Ardennen gaat wonen en Peeters met zijn Oostendse vrouw een appartement in de stad koopt. Eindelijk zelf een kamer in Oostende!
Het boek is fraai vormgegeven en geïllustreerd met marines van Broucke. Volgens het omslag is het een roman en geen non-fictie. Misschien valt de auteur niet helemaal samen met de hoofdpersoon. Misschien valt het aantal en de volgorde van de echte wandelingen niet samen met die van het boek. Het zou immers wel heel mooi uitkomen dat de vrienden precies 34 wandelingen hebben gemaakt.
De roman heeft een zekere lichtheid door de spontane, willekeurige zoektocht van de vrienden. Hoewel ze serieus te werk gaan, vol energie en toewijding aan hun onderzoek, noemen ze hun onderzoeksmethode ironisch en het verschil tussen schrijven en schilderen perspectivisme. Ze nemen zichzelf niet te serieus, maar hun enthousiasme is er niet minder om en werkt aanstekelijk.
De roman laat zien hoe verhalen en vriendschap ons leven zin en inhoud geven. Peeters zegt het zo: ‘We weten het in onze helderste momenten: het universum waarin wij dwalen is leeg en kaal, maar gelukkig is er ook kunst, vriendschap, liefde voor de zo noodzakelijke bespiegelingen. Hoe kunnen we dat terugvinden en bewaren?’
‘Kamer in Oostende’ is een buitengewoon atmosferisch boek. Het roept het verleden van Oostende op met levende getuigen en op basis van toevallige zoektochten. Het laat zien welke rijkdom aan verhalen onder de huidige kaalslag verborgen ligt. Het boek vervult je met nostalgie naar een vergeten verleden. Tegelijk is het boek een prachtige weergave van de vriendschap tussen twee mannen die elkaar in hun enthousiasme aanvullen en uitdagen.