Lezersrecensie
De verbeelding aan de macht
3 jan 2022
Iedere tijd heeft zijn eigen ideologie, een set van ideeën die de meerderheid voor juist houdt. Zo’n ideologie is de leidraad van de politiek, bepaalt ons gedrag en onze houding tegenover de wereld. We leven daardoor altijd in een tijdcapsule en kunnen ons vaak niet meer voorstellen waarin vroeger zoal geloofd werd. Als we terugkijken, begrijpen we niet meer waarom het communisme of het nazisme zoveel aanhangers hadden.
Frank Westerman is gefascineerd door de samenhang tussen ideologie, politiek en cultuur. In ‘Ingenieurs van de ziel’ geeft hij een messcherp beeld van die samenhang in het communisme van de Stalintijd (1922-1953). Een van de ideologische uitgangspunten van het communisme is dat mens en natuur maakbaar en dus verbeterbaar zijn. De mens is niet zozeer genetisch bepaald, maar sociaal en situationeel. Ook de natuur is geen vaststaand gegeven. Het mag abstract lijken, maar Westerman weet dit heel concreet te maken. Hij reist rond in de voormalige Sovjet-Unie op zoek naar bronnen, getuigen en locaties. ‘Ingenieurs van de ziel’ is daardoor een reisverhaal, maar het is zoveel méér.
Volgens Stalin moet de literatuur gebaseerd zijn op het socialistisch realisme. Verhalen moeten een duidelijke lijn hebben. Romanfiguren moeten positieve helden zijn met waarden als ijver, moed, solidariteit en zelfopoffering. Geen fantasieën, maar de realiteit van de boerderij of de fabriek. Geen complexe figuren of tobbers, maar normale, opgewekte mensen. Geen fijngevoeligheid, dat is bourgeois en decadent.
Stalin haalt de beroemde schrijver Maksim Gorki over om uit Sorrento naar Rusland terug te keren door hem te paaien met een fraai huis in Moskou. Al spoedig blijkt de ware bedoeling: hij heeft Gorki’s prestige nodig en maakt hem voorzitter van de schrijversbond. Gorki krijgt als taak erop toe te zien dat Sovjetschrijvers het socialistisch realisme in de praktijk brengen, zodat de literatuur ten dienste staat van het communisme. Schrijvers zijn ingenieurs van de ziel, de literatuur moet de mensen een ideaal voorhouden en ze verbeteren. Schrijvers die zich kritiek veroorloven of schrijven wat ze willen, komen niet door de censuur en worden niet uitgegeven. Veel auteurs proberen te overleven door te schipperen, zoals Konstantin Paustovski.
De geniale leider heeft nog een paar briljante ideeën. Zo was er geen verbinding tussen de Witte Zee en de Oostzee. Waarom geen kanaal gegraven? Het zou meteen een oplossing zijn voor de criminelen, dissidenten en saboteurs. Als zij aan zo’n collectief project werken, komen ze er als betere mensen weer uit. Arbeid adelt. Aldus geschiedde: in 20 maanden graven 126.000 dwangarbeiders het Belomorkanaal van 227 kilometer. Gorki zoekt en vindt Sovjetschrijvers om het project literair te bejubelen. Westerman vraagt zich af of dictaturen en megaprojecten niet hand in hand gaan.
Na de aanleg van het kanaal komt de verbeelding pas goed op gang. De natuur kun je net zo naar je hand zetten als mensen. Waarom zou je rivieren niet omleiden om zo het dalende peil van de Kaspische Zee te compenseren? Of de Baai van Kara Bogaz afsluiten? De gevolgen zijn dramatisch. Na de afsluiting komt de Kara Bogaz droog te staan. De bodem is bedekt met een dikke zoutkorst en winterstormen verspreiden het zout waardoor zelfs verafgelegen landbouwgebieden verzilten. Pas na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd de dam doorbroken die de Kara Bogaz van de Kaspische Zee afsloot.
Of neem de aanleg van enorme kanalen om de woestijnen van Oezbekistan en Turkmenistan te bevloeien voor de katoenverbouw. Er wordt zoveel water aan de rivieren Amoe Darja en Syr Darja onttrokken dat het Aralmeer grotendeels verdwijnt. Gelukkig is de omleiding van grote Siberische rivieren niet doorgegaan, want de milieucatastrofes zouden nog groter zijn.
Over Paustovski heeft Westerman veel te vertellen, vooral over de verhouding tussen feit en fictie. Als beginnend auteur schreef Paustovski geheel in socialistisch realistische stijl de roman ‘Kara Bogaz’, waarin hij de lof zingt van de zout ontginnende industrie. Bij hem was de verbeelding aan het woord, want hij had het zoutmeer nooit bereikt. Hij beschrijft een desolaat landschap, terwijl hij als natuurliefhebber toch zijn hart aan de flamingo’s en pelikanen zou kunnen ophalen.
In ‘Ingenieurs van de ziel’ brengt Westerman kennis uit vele gebieden samen die hij tot een fascinerende synthese weet te verwerken. Het boek is boeiend van begin tot eind door de onderzoekende, maar heldere en precieze schrijfstijl. Westerman is nooit breedsprakig of wijdlopig, altijd to the point. Hij wisselt de onderwerpen af, waardoor je aandacht niet verslapt. ‘Ingenieurs van de ziel’ dringt diep door in de Stalintijd en laat de impact van ideologische verblinding zien op mens en natuur. Het boek krijgt daardoor een tijdloze actualiteit.