Lezersrecensie

De geleerde nomade


Peter Bakema Peter Bakema
9 jan 2022

Als we afgaan op de omvang van het boek, moet ‘Erasmus, dwarsdenker’ wel alles bevatten wat we over Erasmus weten. Ondanks de afstand in de tijd en de afhankelijkheid van overgeleverde documenten, weet Sandra Langereis een veelomvattend portret van Erasmus te geven en hem in de context van zijn tijd te plaatsen. Op de omslag van het boek staat een afbeelding van de jonge Erasmus in een klaprozenhemd, geschilderd door Neel Korteweg. Onmiskenbaar de dwarsdenker wiens leven Langereis beschrijft en iets heel anders dan de minzame geleerde die Hans Holbein schilderde. Erasmus wist niet precies wanneer hij geboren werd in Rotterdam en wij weten het evenmin, het moet omstreeks 1466 zijn geweest, maar volgens Langereis 1469. Hij was de zoon van Gerard en Margareta die een buitenechtelijke relatie hadden. Toen zijn ouders toestemming voor een huwelijk weigerden, vluchtte Gerard naar Italië, waar hij manuscriptboeken kopieerde en humanistisch onderwijs volgde. Later ontving hij van zijn ouders een brief met het valse bericht dat Margaretha was overleden en werd van verdriet priester. Uiteindelijk keerde hij naar Holland terug en trof Margaretha levend en wel met een zoon aan: Erasmus. Erasmus behoorde tot de weinige gelukkigen die aan het eind van de 15de eeuw voortgezet onderwijs kregen. Zijn vader was doordrongen van het belang ervan en zijn ouders leefden in relatieve welstand. Erasmus werd vroeg wees. Op de kostschool in Deventer kwam hij in contact met de inspirerende Alexander Hegius, rector en humanist. Hij leerde er Latijn en Grieks. Later bezocht hij kloosterscholen in Den Bosch en Stein, waar het onderwijs vooral in het teken van de theologie stond. Veel plezier had Erasmus niet in het kloosterregime. Zijn kennis van de klassieke talen stelde Erasmus in staat de bronnen van de bijbel te bestuderen en de verschillende versies van de bijbelteksten te vergelijken. De gangbare bijbel, de vulgaat in het Latijn, was op vele plaatsen corrupt en Erasmus maakte een nieuwe en verbeterde vertaling van het Nieuwe Testament met uitvoerige commentaren. Hij slaagde erin om daar ook pauselijke instemming en waardering voor te krijgen, maar het leidde er niet toe dat de rooms-katholieke kerk afstand deed van de vulgaat. Als filoloog kwam hij tot de conclusie dat Gods woord in meerdere versies was overgeleverd. De verabsolutering van de vulgaat was onzin, want ze was het resultaat van mensenwerk met fouten, vergissingen en vergetelheden bij het overschrijven. Maar in Rome draaide men de zaken om en werd hij ‘Errasmus’ genoemd (van Latijn errare, vergissen of dwalen). Inmiddels was ook Luther, mede geïnspireerd door het werk van Erasmus, met een nieuwe bijbelvertaling tevoorschijn gekomen. Luther maakte een hoop lawaai en ontketende de reformatie. De rooms-katholieke kerk reageerde hierop met de contrareformatie, een verstrenging van haar geloofsprincipes en nu was de kans op acceptatie van Erasmus’ bijbelvertaling voorgoed verkeken. Sterker nog: zijn hele persoon en werk kwamen in een kwaad daglicht te staan. Erasmus mag dan een dwarsdenker zijn geweest, hij was beslist niet uit op een scheuring in de kerk. Voor Erasmus was studeren, schrijven en publiceren zijn lust en zijn leven, maar het grote probleem was hoe hij hiervan kon bestaan. Zijn boeken waren populair en werden vaak herdrukt, maar vaak kwam de opbrengst de uitgever en drukker ten goede en door het ontbreken van copyright waren er talloze piraatdrukken. Erasmus probeerde noodgedwongen van alles en reisde kriskras door Europa. Hij zocht een kerkelijke aanstelling, benaderde via Thomas More het hof van Hendrik VIII en droeg sommige boeken aan de vorst op. Het leidde na veel soebatten tot een bescheiden aanstelling, waarin hij zich liet vervangen om zich aan zijn werk te wijden. Veel succes had dit netwerken allemaal niet. Wel kon hij in het huis van More in Londen zijn onvolprezen ‘Lof der zotheid’ schrijven, waarin hij alle geleerdheid achter zich liet. Behalve aan hoven, probeerde hij het ook aan universiteiten. Je zou verwachten dat deze instellingen zijn kennis naar waarde wisten te schatten, maar niets is minder waar. De Leuvense universiteit bood Erasmus geen professoraat aan. Tijdens de contrareformatie was zijn bijbelkritiek onvergeeflijk en de geleerde theologen liepen aan de leiband van het Vaticaan. Erasmus richtte dan maar zelf een drietalencollege op, trok geleerden aan en had vele studenten, maar de universiteit nam dit college niet onder haar hoede. Langereis noemt Leuven daarom de ‘norse universiteit’. Geen sant in eigen land? Ook in Oxford en Cambridge was Erasmus maar even. Erasmus had het kunnen weten. Eerder had hij aan de universiteit van Parijs college gevolgd in de ouderwetse scholastiek van Thomas van Aquino, voer voor muggenziftende theologen. Voor zijn doctoraat koos hij voor de gemakkelijke weg via de universiteit van Turijn en trok te paard over de Alpen. Het was vermoeiend, Erasmus was al 40 en had twee leerlingen mee. Wat had ik daar graag meer over gelezen! Als Erasmus een dwarsdenker is, zou hij de Alpen mooi gevonden hebben. Nu hoven en universiteiten geen mogelijkheden boden, zag en vond Erasmus een uitweg bij uitgevers en drukkers. In het laatste deel van zijn leven was hij redacteur bij Johann Froben in Bazel. Naast een loon kreeg hij kost en inwoning. Later kreeg hij van zijn uitgever een fraai huisje boven de Rijn waarin hij zich thuis voelde. Vanuit Bazel verschenen zijn teksten in ongeziene hoeveelheden in heel Europa. Erasmus overleed in 1536 na een slepende ziekte. We weten niet alles over Erasmus’ leven, want niet alles is gedocumenteerd. Over zijn ouders weten we vrij weinig, zeker over zijn moeder. Hoe gingen die met elkaar en met hem om? Over de liefdes in Erasmus’ leven valt niets te lezen. Natuurlijk, hij was priester en hij ging in zijn werk op, maar zo streng in de leer lijkt hij me niet te zijn. Op school had Erasmus hechte, dweperige vriendschappen. Later in zijn leven woonden studenten zelfs bij Erasmus om voor hem te zorgen. Zijn beste vriend was Thomas More en hun vriendschap duurde levenslang. More kwam uit een welgesteld gezin en maakte een bliksemcarrière aan het hof van Hendrik VIII. Als raadsheer veroordeelde More ketters tot de brandstapel, maar hij heeft weinig voor Erasmus kunnen doen. More schreef met inbreng van Erasmus ‘Utopia’, een pleidooi voor een sobere, agrarische samenleving zonder bezit. Er is bijna geen groter contrast denkbaar dan met zijn eigen leven en de entourage van zijn vorst. Wie dicht bij het vuur zit, brandt zich het eerst en Thomas More werd uiteindelijk onthoofd. Het materiaal dat Langereis heeft geraadpleegd is indrukwekkend: oude drukken van Erasmus’ werken in het Latijn en Grieks, moderne wetenschappelijke edities, zijn werken en brieven in het Nederlands, biografieën en studies. Er zijn alleen al meer dan 3000 brieven van Erasmus bewaard die Langereis in haar biografie op de voet volgt. Het moet een enorm werk zijn geweest om alles te lezen en te verwerken tot een eigen synthese. Langereis schrijft prettig en onderhoudend, een hele prestatie voor een boek van deze omvang. Niet altijd ben ik het eens met haar keuze: te weinig aandacht voor Holbein en te veel voor Aquino en vergeten theologische discussies. Soms dreigt Erasmus als persoon uit beeld te verdwijnen in de schets van de tijdsomstandigheden of de context. Je verlangt nu en dan naar overzicht, bijvoorbeeld door een kaart van Erasmus’ reizen. Maar deze kritiek doet geen afbreuk aan de stijgende bewondering waarmee ik 'Erasmus, dwarsdenker' heb gelezen.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur