Lezersrecensie
Het is allemaal om het even
15 jan 2022
We zijn niet vrij, we zijn vreemdelingen in ons eigen leven. Vaak belanden we zonder het te willen in absurde situaties, waarin we niet vrij kunnen kiezen hoe we ons gedragen. Er zijn maatschappelijke conventies, normen en waarden die voorschrijven wat we moeten doen. Wie zich daar niet aan houdt, staat buiten de samenleving. Wie zich er wel aan houdt, vervreemdt van zichzelf.
Neem nu Meursault, de hoofdpersoon van de roman ‘De vreemdeling’ van Albert Camus. Hij woont in Algiers en werkt bij een scheepvaartbedrijf. Hij had zijn moeder in een tehuis ondergebracht, omdat hij de kosten voor haar levensonderhoud niet kon betalen. Wanneer zijn moeder overlijdt, uit hij geen verdriet. Op haar begrafenis laat hij zijn tranen niet de vrije loop en lijkt er onbewogen bij te staan. Het zal hem zwaar aangerekend worden.
Na de dood van zijn moeder begint Meursault een relatie met Marie, een ex-collega op wie hij vroeger verliefd was. Hij heeft met haar een relatie vol passie, hoewel hij denkt dat hij niet van haar houdt. Hij voelt er weinig voor om met haar te trouwen, maar als zij het wil, is het goed. Raymond is pooier en woont bij Meursault in de buurt. Hij nodigt hem en Marie uit in een strandhuisje, want Meursault had hem geholpen om het bedrog van zijn minnares betaald te zetten. Wanneer ze op het strand wandelen, raken ze slaags met drie Arabieren, onder wie de broer van Raymonds minnares. Ze keren terug naar het strandhuisje, waar de gewonde Raymond verzorgd wordt. Later gaat Meursault op pad met een revolver en komt de Arabier tegen die een mes trekt. Het zweet staat in zijn ogen, de zon weerkaatst op het lemmet en in de hitte en het felle licht vermoordt hij de Arabier.
Hij wilde hem niet vermoorden, het is de zon die de Arabier gedood heeft, zoals hij tot hilariteit van de rechtbank verklaart. Meursault belandt in de gevangenis in afwachting van zijn proces. Van hem wordt geen notitie genomen, er wordt op het proces over hem gedebatteerd buiten hem om. Hij is verbijsterd als zijn advocaat in de ik-vorm over hem spreekt. Hij wordt weggezet als een gevoelloze misdadiger die zelfs bij het overlijden van zijn moeder geen traan heeft gelaten. Vlak na haar dood begint hij zelfs een relatie en hij geeft toe niet te geloven. Meursault krijgt de doodstraf. Een aalmoezenier probeert hem te bekeren, maar Meursault geeft geen krimp en weigert zichzelf prijs te geven.
Geen moment mag Meursault zichzelf zijn: het zijn de conventies die bepalen wat hij moet voelen, hoe hij zich moet gedragen en hoe hij door anderen wordt beoordeeld. Zijn streven naar authenticiteit, eerlijkheid en oprechtheid wordt bestraft. Zelf houdt hij er heel andere gevoelens op na en dat maakt hem tot een vreemdeling. Geluk vindt Meursault vooral in het hier en nu. Hij gaat op in de liefde voor zijn vriendin, hun liefde is sensueel en teder zonder verplichtingen. Hij voelt zich vooral thuis in het water. Zwemmen ervaart hij als een weldadige bevrijding na de hitte van de aarde. Het lijkt zijn natuurlijke element te zijn, waarin hij zich vrij kan bewegen na een dag op kantoor. Meursault gaat op in het moment en blijft daardoor zo dicht mogelijk bij zichzelf.
Liefde en vriendschap, dood en verlies, de promotie op zijn werk, de armoede van zijn woning: Meursault vat alles met filosofische kalmte op. En de moord op de Arabier dan? Juist dan is hij verblind door de zon en versuft van de hitte, hij is niet bij zijn volle verstand. Wanneer hij dat wel is, is alles hem om het even. Vroeger kende hij wel verliefdheid en ambitie, maar het leven heeft hem blijkbaar anders geleerd.
Camus is een profeet van de moderniteit. In onze tijd zijn thema’s als de gespannen verhouding tussen ik en samenleving of de onmogelijkheid zichzelf en vrij te zijn urgenter dan ooit. Veel van de huidige, psychische problemen komen immers voort uit de groeiende kloof tussen de verwachtingen en eisen van de samenleving en ons zelf dat heel andere behoeften heeft. Het contrast tussen welvaart en welzijn wordt steeds groter en velen zijn vreemdelingen van zichzelf geworden.
Ondertussen roept de tegenstelling tussen conformisme en individualisme vanzelf de vraag op waaruit ons authentieke zelf dan bestaat. Voor Camus is het antwoord duidelijk: het meeste van wat we denken, voelen en ervaren is door en door conventioneel. We zijn minder origineel en oorspronkelijk dan we denken: niet in wat we mooi of lelijk vinden, niet in onze uitingen van liefde en verdriet, niet in onze oordelen of reacties. Camus is daarmee een voorloper van de zoektocht naar de identiteit in de moderne literatuur.
Als briljant stilist is Camus spaarzaam met woorden en zuinig met het uitdrukken van grote gevoelens. Onovertroffen is zijn uitdrukkingsvermogen van zintuigelijke gewaarwordingen. Hoe fel het zonlicht schijnt of hoe de hitte naar je hoofd stijgt en het denken vertroebelt. Camus leert je kijken en je bewust te worden van je eigen ervaringen. Het is niet de geringste verdienste van deze auteur die met weinig woorden zoveel weet te zeggen.