Lezersrecensie

Een conclusie waar Maryson zich later in een nawoord tegen verzette


Paul van Leeuwenkamp Paul van Leeuwenkamp
7 jan 2015

De Nederlandstalige fantasyauteurs hebben de laatste jaren wat met “onmagie”. Nadat Peter Schaap het in 2000 in zijn trilogie “Schaduwmeesters” introduceerde, begon W.J. Maryson in 2002 zelfs een reeks onder de titel “Onmagiër”. In het eerste deel, “De torens van Romander”, komt de hoofdpersoon Lethe er achter dat hij als onmagiër – iemand die geen enkel talent voor magie heeft – een cruciale zij het nog onduidelijke rol heeft te vervullen bij het bestrijden kleurloze magie, een vorm van magie die afkomstig is van een duister kwaad uit de diepzee en die eens in de 9000 jaar het eilandenrijk aantast. De magiër Randoel heeft sporen in de tijd uitgezet en samen met de hoogmyster Matei en nog enkele reisgenoten gaat Lethe op zoek naar deze verborgen boodschappen. In De kloven van Lan-Gyt gaat deze zoektocht verder, terwijl de kleurloze magie steeds meer van de wereld wegvreet en tegenkrachten zich lijken te bundelen, ook in het hart van het rijk van Romander. Vooral door veel helderziende dromen raakt Lethe steeds meer opgezogen door de strijd tussen goed en kwaad. Het voert hem door barre streken naar een plek waar de hoofdrolspelers in een wankel evenwicht bijeen zijn. Het wordt nog duidelijker dat Lethe een doorslaggevende rol zal spelen bij het in stand houden en verbreken van dat evenwicht, maar wat die rol zal zijn, dat wordt nog niet duidelijk. Was bij Peter Schaap ‘onmagie’ een soort tegenovergestelde van magie, en daarmee meer een andere vorm van magie dan onmagie, Maryson probeert wel degelijk een échte onmagiër neer te zetten: iemand die niet in staat is de werkelijkheid door middel van woorden te veranderen. Daar staan echter zoveel andere talenten tegenover, paranormale talenten die thuishoren in de zweverige sferen van het tijdperk van Aquarius, van Kahlil Gibran en Maharishi, dat Lethe toch vooral een nieuwe uitvoering van Jyll is, de Meestermagiër uit Marysons vorige reeks. Voorspellende dromen, spreken met dieren en, zoals in dit tweede deel blijkt, ook nog de Kracht. Dat wat het eerste deel al duidelijk maakte, wordt door het tweede deel dus nadrukkelijk bevestigd: met de Onmagiër-reeks herhaalt Maryson zijn Meestermagiër-reeks. Niet alleen in zijn hoofdpersoon, maar ook voor wat betreft de boeken van kennis, het magische zwaard, de zuil der vergetelheid. En ook de climax van dit tweede deel, “het pact van tien”, vertoont overeenkomst met het convenant van Breslau. Maar Maryson doet het nu wel beter, meer ervaren, vakkundiger, met meer vaart in het verhaal. Af en toe is het wellicht ietsjes te traag, maar dat wordt gecompenseerd doordat het verhaal kundig en sfeervol wordt verteld. Wanneer de auteur niet te ver afglijdt naar de zweverigheid die de Meestermagiër-reeks uiteindelijk teveel ging overwoekeren en die ook in “De kloven van Lan-Gyt” soms iets teveel de kop op steekt, zal “Onmagiër” een degelijke én sfeervolle fantasyreeks worden. En wanneer wel te zweverig wordt: ook dan zal de reeks zijn lezers wel vinden.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur