Lezersrecensie
"Echte helden zijn zij die zich durven te laten zien zoals ze werkelijk zijn."
4 jan 2020
Wat een prachtig boek over moeders en dochters, over liefde en omgaan met psychiatrische aandoeningen. Over kwetsbaarheid en doorgaan.
De moeder van Roos is manisch depressief. Pas toen ze zestig was kreeg haar manisch-depressieve moeder na een eindeloos traject een officiële diagnose. Deze ziekte doet wat met haar, maar ook met haar man en dochter. Roos vertelt eerlijk over de mooie én minder mooie momenten.
“‘Ik snap het niet.’
‘Wat?’
‘Al die mensen hier op straat. Op de fiets. Naar en van hun werk. Met kinderen. De drukte om hen heen. Ik begrijp niet hoe ze het kunnen.’
‘Wat?’
‘Gewoon leven.’”
Wanneer haar moeder op haar 68e overlijdt door een val van de trap wil Roos beter begrijpen wie haar moeder was. Zij vindt haar in allerlei prachtige en ontroerende details, maar ook in schuldgevoel en het gevoel dat je altijd tekort schiet. En dat vind ik het mooie van dit boek. Het is zoals het is en niet mooier dan dat.
‘Dat heb je gezegd, lieverd.’
‘Ja, maar niet vaak genoeg.’
‘Natuurlijk wel.’
‘Het was gewoon nooit genoeg. Mam, jij hunkerde zo. Als je het gevoel had dat ik geïrriteerd was, stuurde je meteen een appje. Als ik tijdens een etentje te veel met papa in gesprek was, begon je mistroostig te kijken. Als een van de kinderen zei dat jij zijn liefste oma was, herhaalde je het eindeloos. “Heb je gehoord wat hij zei? Ik ben zijn liefste oma. Zijn liefste. Hoorde je dat, Rien? Roos? Hoorden jullie dat?”’
‘O god.’
‘Ik ergerde me zo aan jouw behoeftigheid. Het was één grote roep, een brul waarmee je uitte: ik mag bestaan. Ik doe ertoe. Zien jullie me? Ik ben belangrijk!’
‘En dat terwijl ik me zo klein voelde.’
‘En dat omdát je je zo klein voelde.’
‘Ja.’
‘Je was een gat dat niet te vullen bleek.’
‘Nee.’
‘En toen opeens was het stil. En ik herhaalde almaar tegen je wat je het allerliefste hoorde. Maar er zat bloed in je hoofd, precies op de verkeerde plek. Stilte. Dat was alles wat overbleef. Stilte. En de wetenschap: ik heb het je niet genoeg gezegd.’