Lezersrecensie

Laconieke en dichterlijke mijmering over het mysterie van de schilderkunst en het zijn


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
28 jan 2016

Ik lees Torgny Lindgren met veel plezier, want ik hou van zijn droogkomische toon, van zijn spaarzame en suggestieve formuleringen, en van zijn stille stijl waarin hij veel raadselachtige maar treffende dingen suggereert tussen de regels door. Ook zijn nieuwste boek, een fictieve biografie over een fictieve schilder, is weer een wonderlijk poëtisch en lichtvoetig boek: adembenemend diepzinnig en toch laconiek, afgrondelijk mysterieus en toch lichtvoetig. En heerlijk dubbelzinnig bovendien: het hele boek lang blijft onbeslisbaar of de beroemde schilder Klingsor een genie was of een mislukkeling die ten onrechte opgehemeld wordt door zijn fabulerende en behoorlijk onbetrouwbare biografen. Kortom, vintage Lindgren. Wat schildert die Klingsor dan? Gewone huiselijke voorwerpen, liefst tientallen keren op identieke wijze. Dit alles omdat hij, door de even intrigerende als komische openbaring die hij kreeg vanwege een glas dat recht stond in het bos maar scheef staat op zijn tafel, ervan overtuigd is geraakt dat alle materie bezield is. En die bezieling, dat niet- dode van de dode materie, wil hij schilderen. Iets wat niemand begrijpt, en ook zelf zegt hij op onbewaakte momenten dat hij volledig mislukt is en nooit goed verder is gekomen. Waarvoor hij dan op laconieke wijze wordt getroost met de droogkomische opmerking dat verder komen schromelijk wordt overschat. De wijze waarop zijn twee biografen voor zijn kunstenaarsgenie opkomen overtuigt ook niet, want dat lijken eerder komische fantasten dan betrouwbare vertellers, die eerder putten uit eigen verzinsels dan uit feitenkennis. En bovendien, de biografen weten het eigenlijk vaak ook allemaal niet. Door dit alles is het boek voortdurend ongrijpbaar licht en dubbelzinnig droogkomisch van toon. En die dubbelzinnigheid wordt nog vergroot door de vervlechting met opmerkelijk dichterlijke zinnen over het mysterie van de schilderkunst. Of liever, over de wijze waarop schilderkunst zich verhoudt tot het onoplosbare raadsel van de werkelijkheid en deze werkelijkheid voortdurend als raadsel afbeeldt. Juist door alleen maar alledaagse dingen te schilderen, zoals kopjes of glazen of een schotel, peilt Klingsor het mysterie van die alledaagse werkelijkheid. In totale dronkenschap onthult Klingsor een deel van zijn beginselen: "De onscherpte van het bewogen beeld had hem een mogelijkheid geleken, de vaagheid die ontstaat door de trillende hand van de fotograaf. Ook verschillende soorten lazuurverf hadden hem aangetrokken, de doorschijnendheid, de afbeelding die er nog niet aan wil. En dwarsdoorsnedes, zowel horizontale als verticale. Evenals de oplossing in een veelvoud aan dimensies, een eindeloze opdeling van de voorwerpen en de materie zogezegd, waarbij het zijn en de bevindelijkheid met elkaar in onmin lijken en niet meer samenvallen. Of bewegingen en verplaatsingen in de ruimte, de voorwerpen nu eens hier en dan weer daar laten zijn. Om nog maar te zwijgen van de raadselachtige kleurovergangen, ultramarijn dat zwart wordt, kraplak dat caput mortuum wordt om zich vervolgens tot paars te verdiepen, loodwit dat Napels geel wordt. Nu ja, zei hij, jullie weten waarover ik het heb". Opmerkelijk laconiek slot van een gepassioneerde, dronken monoloog. En in die monoloog verschuiven voortdurend de kleuren, de lijnen, de voorwerpen. Deze zinnen zijn kortom manifest ongrijpbaar, en tonen daarmee voor mijn gevoel de ongrijpbaarheid van kunst. Of, beter gezegd wellicht, de ongrijpbaarheid van het zijn waarmee de kunst zich probeert te verhouden. En zo lees ik ook dit boekje in zijn geheel: als een laconieke en dichterlijke mijmering over het mysterie van de kunst en van het zijn, een mijmering die een verhouding zoekt tot de raadselachtige dubbelzinnigheid van het bestaan door zelf voortdurend raadselachtig dubbelzinnig te zijn. Dat alles ook op lichte en komische wijze, ondanks zijdelingse verwijzingen naar zwaarwichtige zaken als de quantummechanica en naar Sartre en (vooral) Heidegger. Een heerlijk ongrijpbaar boekje kortom, dat ik met plezier heb gelezen.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur