Lezersrecensie
Dionysos versus Apollo
13 jan 2016
Ook dit boek van Vestdijk, spelend in het oude Griekenland rond 580 voor Christus, heb ik weer ademloos gelezen. Toegegeven, het leest zeker in het begin veel stroever dan bijvoorbeeld Pastorale 1943, Terug naar Ina Damman of De koperen tuin. Dat komt o.a. door alle oud-Griekse namen van personen, plaatsen en beroepen (ik googelde mij suf), maar vooral ook door de af en toe wel heel verwrongen stijl. Maar vanaf een bepaald moment wordt het verhaal enorm meeslepend, en wisselt Vestdijk naar mijn smaak de ene echt geweldige passage af met de andere.
Het verhaal draait, zoals vaker bij Vestdijk, om een dolende zoektocht, een zoektocht naar een gestolen en volgens de hoofdpersoon heilig beeld van Apollo. Die zoektocht is tamelijk avontuurlijk, en ook kleurrijk en levendig door alle politieke turbulentie in het oude Griekenland op dat moment. Maar vooral intrigerend is de strijd tussen twee wereldbeelden: het geloof in Apollo (die staat voor licht, maat, zelfbeheersing, rede, het bewuste) versus het geloof in Dionysos (die staat voor roes, mateloosheid, orgiastische extase, redeloosheid, het onbewuste). Onovertroffen is de manier waarop Vestdijk de Dionysische diensten beschrijft, compleet met elkaar verscheurende maenaden en met Dionysos die in een nauwelijks te begrijpen visoen verschijnt. Nog iets adembenemender is zelfs nog de beschrijving van alle Dionysische, dus redeloze, aandriften die in de hoofdpersonen woeden. En helemaal netvliesscheurend is hoe Vestdijk een jarenlange gevangenschap beschrijft in een onderaards hol: een gevangenschap die een soort symbolische tocht is door het dodenrijk en tegelijk een tocht door krochten en spelonken van de eigen psyche, en die in zijn intense gruwelen zonder meer denken doet aan Auschwitz of Dachau. Uiteraard wakkert deze ervaring de toch al voortwoekerende redeloosheid van de personages nog verder aan, terwijl het ook hun twijfel aan alle goden nog aanzienlijk verscherpt.
In dit boek draait het volgens mij minder om de plot dan om de intense worsteling van de personages, vooral de hoofdpersoon, die het Apollinische liefheeft en dus naar orde verlangt, maar tegelijk eeuwig worstelt met de Dionysische aandriften in zijn onbewuste en met twijfel aan alle goden. Een worsteling tussen enerzijds verlangen naar orde en anderzijds redeloze ordeloosheid en ongeloof. Een worsteling vooral die (als ik de strekking van het boek goed begrepen heb) kenmerkend is voor ons bestaan, want volgens Vestdijk hebben we allemaal die strijdige combinatie van redelijk licht en redeloos duister in onze borst. Bovendien een worsteling die heel meeslepend, en bij vlagen zelfs griezelig goed is opgeschreven. De zo verwrongen stijl, die in het begin het lezen bemoeilijkt, blijkt uiteindelijk bijzonder functioneel: juist die stijl sleept je helemaal mee in de innerlijke strijd van de hoofdpersoon. Tamelijk briljant, of niet soms?