Lezersrecensie

Stijlvolle fantasie over goden, sterfelijken en de oneindige pluraliteit van onze wereld(en)


Nico van der Sijde Nico van der Sijde
7 jan 2022

"The infinities" kreeg, zoals dat heet, "mixed reviews". Alle recensenten waren het er over eens dat Banville zich prima vermaakt moest hebben met dit boek, sommigen roemden Banvilles virtuoze stijl en speelsheid, maar veel recensenten vonden de plot te kunstmatig, de inhoud veel te dunnetjes en onsubstantieel, en de stijl al te weelderig, speels en overdadig. Maar anderen vonden "The infinities" dan weer meesterlijk. En ik volg die anderen: ik ben nou eenmaal een liefhebber van Banvilles virtuoze spel en onnavolgbare stijlweelderigheid, en de zo kunstmatig lijkende plot van "The infinities" beviel mij juist helemaal prima. Het verhaal van "The infinities" is vreemd, kunstmatig en zelfs bijna ongeloofwaardig, omdat het ons wordt verteld door Hermes, een van de Griekse goden die geamuseerd maar met enige deernis kijkt naar het gepruts van de stervelingen. En dan vooral naar de nogal getroebleerde familie Godley, bijeen in het van de wereld afgezonderde huis in Arden, waar vader Adam Godley - een wereldberoemd geleerde- op sterven ligt. Niet elke lezer zal willen meegaan met het perspectief van een Griekse god. De licht spottende toon van Hermes, de wel heel erg opgelegde symboliek van de namen, en de soms erg gekke en openlijk kunstmatige wendingen in de plot, onderstrepen bovendien wel heel nadrukkelijk dat we niet met een realistisch verhaal te maken hebben maar met een speelse fantasie. Dat wordt nog versterkt doordat Hermes aangeeft dat de taal van de goden volkomen anders is dan die van de mensen, zodat de woorden die hij in "The infinties" kiest niet echt zijn woorden zijn maar een soort vervalsingen of simulacra daarvan. Bovendien lijkt het raar om in een verhaal van nu het perspectief te volgen van een Griekse god, want de Griekse mythologie is toch duidelijk iets van vroeger? Niettemin, volgens Hermes is dat laatste ten onrechte: "But thou shouldst have stuck with us. We offer you no salvation of the soul, but no damnation, either; no afterlife in which to be bored for all eternity; no parousia, no day of reckoning and divine retribution, no kingdom of heaven on earth; nothing, in fact, except stories, comforting or at least comfortingly reasonable accounts of how and why things are as they are and by what means they may be maintained or even, on occasion, altered". En even later zegt hij: "Above all, we would have you acknowledge and accept that the nature of your lives is tragic, not because life is cruel or sad- what are sadness and cruelty to us? - but because it is as it is and Fate is unavoidable, and, above all, because you will die and be as though you had never been". Ik parafraseer: de Griekse goden zijn personificaties van de krachten die ons zo eindige leven beheersen, en personificaties van het tragische lot dat onze kleine en sterfelijke leventjes op zo'n ondoorgrondelijke wijze bestiert. De verhalen over die Griekse goden staan dus vol met intrigerende perspectieven op de kleine, sterfelijke mensjes die we zijn. En die tragiek wordt nergens gesublimeerd, zoals het Christendom doet door ons een leven na de dood te beloven: de Griekse mythen beloven ons andere perspectieven op onze tragiek, maar niet een oplossing voor die tragiek. Aldus Hermes, in "The infinities", als ik hem even kort door de bocht interpreteer. Smaken verschillen, maar ik vind dit best een charmante gedachte. Bovendien wordt hij naar mijn smaak mooi uitgewerkt. in "The infinities". Bijvoorbeeld door de geamuseerde deernis waarmee Hermes naar het gepruts en gestuntel van de sterfelijken kijkt. Maar ook door zijn bijna afgunstige aandacht voor de menselijke passies, want passie en liefde zijn voor sterfelijke mensen hecht verbonden met een besef van sterfelijkheid. En dat geeft aan die passies en liefdes een intensiteit die de onsterfelijke goden niet kennen. Mooi is ook hoe we, dankzij Hermes' goddelijke en dus veelziende blik, mee kunnen kijken met alle perspectieven van alle verschillende personages, zelfs dat van Rex de hond. Zodat we de wereld van de familie Godley vanuit heel veel heel verschillende invalshoeken kunnen zien, in al zijn veelvormigheid en verscheidenheid. Wat soms heel fraaie zinnen oplevert over de onwaarschijnlijke, vaak genegeerde, en bijna onwerkelijke schoonheden in deze wereld, zoals "In the well of the kitchen the morning light has a sharply metallic sheen and the square of sunlit garden in the window behind the sink is garish and implausible, like a primitive painting of a jungle scene". Erg intrigerend zijn bovendien de passages waarin de Godleys zich gestuurd voelen door onbewuste en onbekende aandriften, of door half- gedroomde motivaties, of door halfbewuste impulsen, of door associatieve herinneringen en fantasiebeelden. Passages dus waarin die personages als het ware worden gedreven door krachten buiten hen om, door impulsen waar hun ratio geen greep op heeft. Onbewuste krachten en impulsen, onverklaarbaar dus voor henzelf en anderen. En precies die onverklaarbare krachten worden dan in "The infinities" mooi gepersonifieerd door Hermes, de door Banville weer in ere herstelde Griekse god. Intrigerend is bovendien dat "The infinities", naast de onsterfelijke Hermes, nog een ik- verteller heeft: de stervende Adam Godley, vanaf zijn sterfbed en vanuit zijn coma. Minstens zo'n onwaarschijnlijke verteller als Hermes. En daarnaast een verteller met een onduidelijke status, want soms lijkt het alsof niet Adam vertelt maar Hermes, die dan voor even de gedaante van Adam aanneemt. Terwijl het misschien ook nog zou kunnen zijn dat de onsterfelijke Hermes een verzinsel is van Adam, en dat de stervende Adam dus naar de wereld kijkt vanuit de (geveinsde) blik van een onsterfelijke. Maar dan wel met het volle besef van de eindigheid van zichzelf en zijn eigen wereld. Hoe dan ook, de stukken waarin Adam aan het woord is - of lijkt te zijn- leveren prachtige passages op. Bijvoorbeeld die waarin Adam, of Hermes die zich in Adam verplaatst, terugdenkt aan een troosteloos verblijf in een regenachtig Venetië kort na de zelfmoord van zijn echtgenote. Of de passage waarin de oude stervende Adam zich herinnert hoe hij als kind helemaal opging in het bellen blazen: "The bubbles hesitated on the rim of the pipe- bowl, wobbling flabbily, then broke free and floated sedately away. They seemed to be rotating inside themselves, as if the top was always too heavy, and the iridescent surplus kept cascading down the sides. Sometimes two of them stuck together and formed a fat, trembling shape something like an hourglass only squatter. They were made of an unearthly substance, a transparent quicksilver, impossibly fine and volatile, rainbow- hued. They popped against his skin like wet, cold kisses. They were another kind of elsewhere". Geweldig, die veelkleurige maar ook breekbare schoonheid van de zeepbellen. En schitterend hoe juist die breekbare schoonheid, en het zo efemere karakter van zeepbellen, past bij de voorbije jeugd van Adam. Temeer omdat dit ook alleen maar de vervliegende herinnering is aan zeepbellen, van een oude stervende man in coma. Of van een Griekse godheid die zich verplaatst in het hoofd van die stervende, oude man. Wat ook een intrigerende mogelijkheid is. "The infinities" bevat kortom veel prachtige zinnen over eindigheid, sterfelijkheid, rouw en verlies. En veel prachtzinnen over de zo onwaarschijnlijke schoonheid van onze wereld: schoonheid die ook eindig is en die juist daardoor des te intenser wordt ervaren. Als hij tenminste wordt gezien. Dat laatste motief versterkt Banville zelfs nog door te spelen met de notie van "infinities", oneindigheden. Zijn personages verbazen zich om te beginnen over de oneindige verscheidenheid van de wereld: een simpele grasspriet bestaat uit miljoenen partikels terwijl de wereld oneindig veel verschillende grassprieten omvat, geen enkele grasspriet is gelijk aan een andere, niemand ziet een grasspriet op dezelfde manier. De ons bekende wereld is dus vol van veranderlijke "infinities". En dus oneindig vol met verschillende vormen van fragiele schoonheid. Die ook nog eens per persoon en per perspectief anders zijn: niet voor niets verwonderen enkele personages zich over de "otherness" van de anderen, en over hun heel andere perspectieven op de werkelijkheid. Bovendien, de oude Adam Godley is beroemd door zijn theorie dat er vele verschillende werelden tegelijk bestaan, waarin wij vele verschillende levens leiden. En de oplettende lezer had al gemerkt dat de wereld in "The infinities" net een beetje anders is dan de onze: in die wereld is Zweden een oorlogszuchtige natie, is de evolutietheorie bedacht door ene Wallace, zijn Griekse goden wel vergeten maar nog steeds actief, enzovoort enzoverder. Duizelingwekkend: de wereld waarin wij leven is dus vol van "infinities", en die wereld is dan nog maar een van de vele in "infinities" van verschillende werelden. En dat alles wordt nog veelvoudiger als je ook nog de virtuele werelden meetelt: de goden die verzonnen zijn maar wel invloed op ons denken hebben, de dromen die onwerkelijk zijn maar wel ons handelen bepalen, enzovoort. Bovendien, in al die verschillende werelden blijft het een mysterie hoe die veelvormige werkelijkheid uit het niets kon ontstaan, en ook over dat mysterie denkt Adam op aanstekelijke wijze na. Adam Godleys fascinatie voor die mysterieuze oneindigheid en veelvormigheid wordt door Banville prachtig voelbaar gemaakt. Net als Godleys gepassioneerde drive om die mysterieuze veelvormigheid - die woekering van "infinities" - te vangen in de orde en geordende esthetiek van een wiskundig systeem. Maar mooier dan dat vind ik zelfs nog de fragiliteit van dit alles: het besef dat de "infinities" in deze wereld fragiel zijn en vergankelijk, het tragische besef dat wij maar een fractie van die "infinities" kunnen ervaren, en het al even tragische besef dat wij als sterfelijke en eindige mensen ook maar eventjes kunnen genieten van die stukjes "infinities" die we kunnen ervaren. Tegelijk is dat niet iets om wanhopig van te worden: het is zoals het is, zegt Hermes (en Banville) ons immers. En juist onze sterfelijkheid maakt ons extra gevoelig voor liefde en schoonheid. De toon van "The infinities" is bovendien vaak geamuseerd, vrolijk, opgewerkt en humoristisch: de tragiek is vaak eerder komisch dan een reden tot diep verdriet. Bovendien geeft "The infinities" ons mooie inzichten in de breekbare en ongeziene schoonheden in deze wereld, inzichten die we zonder dit boek niet zomaar zouden hebben gehad. En in weelderig, amusant, stijlvol, speels en origineel proza zoals je bij maar weinig schrijvers ziet. Misschien alleen bij Nabokov, een van Banvilles literaire helden. Niet iedereen houdt van "The infinities", zoals ik eerder al zei. Maar ik wel. Dit boek liet mij op prettige wijze mijmeren en dromen over eindigheid, over de fragiele en daardoor des te waardevollere schoonheid van de wereld, over hoe amusant mijn eigen geklungel zou zijn in de ogen van een onsterfelijke, over de pluraliteit van de wereld, en over de intrigerende gedachte dat wij verschillende levens leiden in verschillende werelden. En dat in speels en vermakelijk proza dat elke pagina opnieuw verrast en verrukt, door de weelderige en uitbundige schoonheid van zijn stijl en de voortdurende originaliteit van zijn inhoud. Dat alles maakte mij heel vrolijk, hoe tragisch het boek tegelijk ook is.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur