Lezersrecensie
Een best intrigerend vroeg werk van de grote Perec
17 jan 2017
Georges Perec is voor veel mensen te taai, te speels, te cerebraal of gewoon te saai. Voor veel anderen is hij echter een groot vernieuwer die op een lijn staat met Proust, Kafka, Mann en Nabokov. Zelf hou ik zeer van m.n. "Het leven een gebruiksaanwijzing" en "W of de jeugdherinnering", en ik heb zo'n beetje alles wat van hem vertaald is ook gelezen. Toch aarzelde ik lang met "De condottiere", een door Galimard geweigerde heel vroege roman die onlangs alsnog uitgegeven werd. Ik was een beetje bang om een nog onvolgroeide Perec aan te treffen, en dus een boek te lezen dat alleen voor Perecianen een klein beetje leuk is. Maar dat was onterecht: weliswaar heeft Perec hier volgens mij nog niet de geweldige taal- en vormbeheersing die hij vanaf zijn officiële debuut "De dingen" liet zien, en voor Perec-fanaten heeft dit boek veel meer te bieden dan voor andere lezers, maar intrigerend is het wel.
We volgen in "De condottierre" de schilderijenvervalser Gaspard Winckler, een personage met allerlei interessante overeenkomsten en verschillen t.o.v. de Gaspard Winckler uit "W of de jeugdherinnering" en "Het leven een gebruiksaanwijzing". En de Perec-liefhebber herkent bovendien de fascinatie voor vervalsingen en simulacra in de kunst, die bij de wat latere Perec tot zulke prachtige verhalen leidt. Tevens merkt de Perec-fanaat op dat "De condottierre" behoorlijk veel boosheid en pathos bevat, terwijl de latere Perec juist uitmunt door over heel dramatische zaken te spreken in een opvallend neutrale en van iedere pathos bevrijde toon, die door zijn contrast met de dramatische inhoud juist erg effectief is. En het virtuoze spel met stijlen en vormen in "Het leven een gebruiksaanwijzing" is in "De condottierre" ver weg, zoals de Perec-afficionado snel zal opmerken. Niettemin is er veel wat die Perec- vereerder zal intrigeren, en dat ook een niet-Perec aanhanger mogelijk best zal boeien.
Wat ten eerste opvalt is dat er op vernuftige en functionele wijze meerdere perspectieven en genres worden gecombineerd. Op pagina 1 denk je te maken te hebben met een thriller in de ik-vorm, waarin die ik meteen vertelt dat hij iemand heeft vermoord. Maar de alinea erna is dat al een jij-vorm, waarin die ik kennelijk zichzelf aanspreekt, en nog een alinea verder is het een hij-vorm. Al die elkaar afwisselende perspectieven hebben echter een ding gemeen: de reeks van gekwelde vragen naar het hoe en het waarom, en het ontbreken van enig verlossend antwoord. Zo gaat dat een tijd door, totdat we terecht komen in een dialoog van Gaspard Winckler met een vriend of kennis, een dialoog die door zijn vraag- antwoord opzet soms het karakter krijgt van een verhoor, en die andere voorlopige en hoogst ontoereikende of zelfs ontwijkende antwoorden oplevert en nieuwe vragen oproept. Dat wisselt dan weer af met de stukken in ik-jij-hij vorm, totdat het boek eindigt met een epiloog die vooral een essay lijkt te zijn over kunst. Maar eigenlijk was de thriller van eerst allang vermengd geraakt met allerlei prikkelende uitspraken over het wezen van kunst, van vervalsingen, en van bespiegelingen over de vraag of kunst ooit meer kan zijn dan vervalsing.
Voor mij als lezer"werkt" dit alles best goed. Die wisseling van perspectieven en genres past bijvoorbeeld prima bij het feit dat Gaspard Winckler, die als vervalser met zo vele wisselende maskers zijn identiteit totaal verloren heeft, in het geheel niet meer weet wie hij is. Vandaar dat hij wisselt van ik naar jij naar hij, en ook het onbeslisbaar mengen van genres past bij zijn existentiële onzekerheid. Zijn carrière als veelvoudig gemaskerde vervalser is in 1943 begonnen: we weten dat dit het jaar was dat Perecs moeder naar Auschwitz werd getransporteerd, en het jaar dat het Joodse jongetje Perec allerlei maskers moest opzetten en allerlei identiteiten moest lenen omdat hij het anders niet zou overleven. Dat alles wordt dus verwerkt in het raadselachtige lot van de vervalser Gaspard Winckler, wat ik zonder meer ontroerend vind en pregnant. De op zichzelf al heel vernuftige beschouwingen over kunst en vervalsing krijgen daardoor ook extra diepte: Gaspards probleem is onder meer dat hij op allerlei manieren de waarachtigheid en het alle aardse onvolkomenheden ontstijgende meesterschap wil evenaren van Antonello da Messina en diens "De condottierre", maar dat hij alleen vervalsingen en simulacra produceert. Hij mist de "overeenstemming met mezelf... een soort rust.... een afstemming..... iets in die trant" die het schilderij "De condottierre" zo uitstraalt. Hij is immers de wees, de oningepaste, net zozeer ontheemd als de vondeling Kaspar Hauser wiens voornaam hij niet voor niets deelt. En ook de moord op zijn vervalsersmentor Anatole Madera (initialen A.M., net als bij Antonello da Messina) bevrijdt hem niet. Sterker nog, het is een absurde en ook voor hemzelf onbegrijpelijke "acte gratuit" die zijn onbegrip voor zichzelf nog verder vergroot.
Door dit alles heeft "De condottiere" een fors melancholieke inslag, zoals veel van Perecs werk. Daar staat minder speelsheid tegenover dan bij de latere Perec. Maar ook bij deze prille Perec is er de nodige brille: de stijl is voor zijn doen soms taai en al te pathetisch, maar de wijze waarop hij met perspectieven en genre-vermengingen jongleert vond ik heel aanstekelijk. En bovendien, het boek staat in het teken van Gaspard Wincklers mislukking, maar ook in het teken van zijn niet aflatende poging om TOCH via kunst nieuwe en bevrijdende perspectieven te vinden. "Zich in het hart van de wereld storten. Vast en zeker. In de wortels van het onverklaarde. In die verklaarbare wortels. Vast en zeker. In de onvolkomenheid van de wereld. Vast en zeker". Dat is wat Gaspard Winckler doet, vergeefs maar onvermoeibaar. En dat is ook wat Perec hier doet, door het absurde lot van de gemaskerde en eenzame vervalser Gaspard zo pregnant te beschrijven in een al even absurd ogende kakafonie van meerdere perspectieven en genres.
Nee, dit was nog niet de Perec op de toppen van zijn kunnen. Maar het was naar mijn smaak al wel opmerkelijk goed.