Lezersrecensie
Waanzin, ontbinding en dood
12 jan 2018
In “Duivels” rekent Dostojevski op meesterlijke en soms hilarische wijze af met alle generaties revolutionairen, wereldverbeteraars en liberalen die hun heil niet zoeken in het geloof, traditie en autocratie. De revolutionairen delen eigenlijk maar één overtuiging en dat is het nihilisme. Volgens Dostojevski vormt het nihilisme de grondslag van alle progressieve bewegingen, zoals socialisten, liberalen, anarchisten, democraten, utopisten, die zich aan het eind van de negentiende eeuw in Rusland en daarbuiten roerden.
“Duivels” is een pamflet tegen het nihilisme. Dostojevski rekent af met de plaag die geest en samenleving volgens hem verrot. Hij beschouwt nihilisme als een vorm van geestesziekte.
In “Duivels” probeert de manipulatieve, paranoïde Pjotr Verchovenski Rusland in een chaos te storten, de bestaande orde te vernietigen en zo de weg te bereiden voor de revolutie. Met een door hem geleide cel van samenzweerders liquideert Verchovenski een afvallige revolutionair, hij vlucht naar Zwitserland en laat zijn opgepakte kompanen barsten.
“Duivels” is even huiveringwekkend als humoristisch. Huiveringwekkend omdat we ook vandaag de dag nog kunnen zien wat een kwaad rancuneuze fanaten aanrichten. Tegelijkertijd drijft Dostojevski genadeloos de spot met het revolutionaire duivelspak; ze zijn lachwekkend en soms zelfs aandoenlijk met hun oeverloze gezwets, hun naïviteit, en daarin verschillen ze niet van bijvoorbeeld Verchovenski senior, een man van de oude garde, die op alle fronten faalt: als ouder, in de liefde en in zijn literaire en politieke ambities.