Lezersrecensie
Opvallend veel schrijvers raakten door dezelfde thema's geïnspireerd
10 jan 2020
Het wordt een jaarlijkse traditie, zo rond de maand november, waar ik naar uitkijk: de nieuwe Edge-Zero bundel. In de zomer kan men op de website al terugvinden welke verhalen de bundel hebben gehaald, maar dat mag natuurlijk de pret niet drukken. Dit jaar konden we vanaf augustus lezen: “[…] waarbij het heuglijke feit zich voordoet dat welgeteld 22 verhalen van in totaal 21 auteurs het gered hebben tot de EdgeZero Editie 2019 bundel.”
22 verhalen dus… en toch staan er maar 21 stuks in de bundel. <em>De nonnen van het halve gezicht</em> van vertaalster-schrijfster <strong>Sigrid Lensink-Damen</strong> staat in de lijst van winnaars, maar is om onbekende reden toch niet in de bundel opgenomen. Het hoe en waarom maakte me nieuwsgierig, want ook op de website is het verhaal niet terug te vinden, maar een antwoord vond ik niet.
De bundel, met een mooie cover van de hand van <strong>Tais Teng</strong>, vangt zoals altijd aan met een voorwoord door <strong>Mike Jansen</strong>. Het spreekt voor zich dat daarin het overlijden van <strong>Jack Schlimazlnik</strong> en corona aan bod komen. Dat Jansen in dat verband ook van leer gaat tegen politici en media, vond ik dan weer overbodig en zelfs storend. De Edge-Zerobundel is een ontspannend en positief initiatief, en die uiting van frustraties vind ik er niet bij passen.
Vervolgens is het dan tijd voor de verhalen, en tijdens het lezen vallen een paar dingen me almaar meer op dit keer. De bundel bevat opvallend veel apocalyptische scenario’s bijvoorbeeld, en water speelt daarin geregeld een belangrijke rol. Het is merkbaar dat mensen meer met hun toekomst bezig zijn en dat het milieu daarin een steeds grotere rol speelt. Schrijvers zijn, zo is mij verteld, ook maar mensen en dus vinden die zorgen logischerwijs hun weg naar de speculatieve fictie. Ook de mogelijke negatieve gevolgen van nieuwe technologie die niet eens zo ver meer van ons af staat, worden dit jaar vaak als thema gebruikt. En wat me in deze editie tenslotte ook opviel, was dat ik nogal wat eindes flauw of voorspelbaar vond. Een goed begin is het halve werk, zegt men, maar omdat sommige verhalen in de jaarlijkse Edge-Zerobundel zich al bewezen hebben, bijvoorbeeld door publicatie of een mooie score bij een wedstrijd, leg ik de lat altijd wat hoger, en verwacht ik toch ook wel een einde dat mij kan bekoren.
Ik heb dit keer geen enkel verhaal gelezen dat ik 5 sterren waard vond, maar ik deelde wel drie keer 4½ sterren uit. Deze drie beste verhalen zijn respectievelijk en in willekeurige volgorde <em>Fietspunk – Het zevende werk van Armsterk</em> van <strong>Django Mathijsen</strong>, <em>Op zoek naar de poort</em> van (alweer) Django Mathijsen en <strong>Anaïd Haen</strong>, en tenslotte <em>De begeerten van vreemden</em> van <strong>Joost Uitdehaag</strong>. Vast niet toevallig zitten de twee langste verhalen van deze bundel erbij. Het geeft de verhalen de ruimte die ze nodig hebben om te bloeien. <em>Fietspunk …</em> is een grappige variant op het steampunk subgenre met leuke vondsten waarmee Mathijsen de geschiedenis op originele wijze naar zijn hand zet. Ook de namen van een aantal personages zijn geslaagde persiflages. <em>Op zoek naar …</em> is misschien wel de topper van deze drie, met een dubbele verhaallijn waarin hetzelfde hoofdpersonage een hoofdrol speelt. Er zit slechts een klein percentage speculativiteit (dat staat vast in geen enkel woordenboek) in deze fictie. Het is voornamelijk een bijzonder mooi gebrachte invulling van thema’s dementie, de dood, en loslaten. <em>De begeerten …</em> tenslotte stelt de CRISPR-technologie ter discussie, of meer specifiek hoe populistisch denken misbruik van die technologie zou kunnen maken. En toch is het ook, en vooral, een liefdesverhaal.
Vier sterren gaf ik aan <em>Elvis moet dood</em> van <strong>Bo(ukje) Balder</strong>, <em>Nachtdienst</em> van <strong>Kelly van der Laan</strong>, <em>Kussen onder de dijkbomen en wolkenschepen</em> van Tais Teng en <strong>Jaap Boekestein</strong>, <em>Leesherinneringen, nooit vervagend</em> van <strong>Frank Roger</strong> en <em>Lente in de wintertuin</em> van Mike Jansen. Meerdere van deze verhalen lijden aan het voorspelbare-einde-syndroom, en de hoge sterren tonen daarom aan dat start en midden vaak echt wel heel goed zijn. Soms siert eenvoud ook en is het mogelijk om het warm water toch nog een keer uit te vinden. <em>Nachtdienst</em> bijvoorbeeld is zowat het grootste horrorcliché dat er bestaat (enge man probeert huis binnen te komen) maar is echt spannend en goed gebracht.
<strong>Johan Klein Haneveld</strong> schreef <em>Kwantumzelf Inc.</em> en dat vond ik 3,5 sterren waard, net als <em>Wartna</em> van Jan J.B. Kuipers, <em>De Mummiehaler van Wynxk</em> van <strong>Jaap Boekestein</strong>, <em>Het spook in het homobos</em> van <strong>Dirk Bontes</strong> en <em>Schoolreisje</em> van <strong>Paul van Leeuwenkamp</strong>. Het verhaal van Bontes heeft ongemeen grappige momenten, maar ik begrijp nog steeds niet hoe een erectiekikker bij vrouwen hoort te werken. Misschien begreep de jury van Waterloper 2019 dat ook niet en is dat waarom het daar gediskwalificeerd werd...
<strong>Bart de Wolf</strong> zorgde met <em>Als ik ‘s avonds in mijn bed lig</em> voor een aparte inzending, namelijk een flitsgedicht. Eén pagina slechts, in niet-rijmende dichtvorm, maar wel een mooie doordenker. Dit, en ook <em>#BlueBlobTalking</em> van <strong>Jorrit de klerk</strong>, <em>De poort naar het paradijs</em> van <strong>Debbie Willems</strong> en <em>Xtreme teleshopping</em> van <strong>Adriaan van Garde</strong> kregen alle 3 sterren. Ze waren nog wel voldoende goed, met leuke elementen erin, maar bliezen me nooit van mijn sokken. <em>De poort naar het paradijs</em> kreeg van de Edge-Zero jury wel de meeste stemmen, ex-aequo met <em>Lente in de wintertuin</em> van Mike Jansen. Mijn persoonlijke favorieten strandden op de negende, negentiende en vierentwintigste plaats. Het bevestigt opnieuw wat ik al lang weet: ik ben een atypische lezer.
De drie resterende verhalen kregen samen slechts 5 sterren van me. Andere lezers zullen daar wellicht anders over denken, maar <em>Kus de bruid</em> van Tais Teng, <em>Hovenier gezocht</em> van <strong>Eowen Valt</strong> en <em>De vijfde</em> van <strong>Maarten Luikhoven</strong> deden me helaas niets.
De bundel eindigt met een aantal interessante aanvullingen, zoals (onder andere) waar de verhalen eerder gepubliceerd werden of aan welke wedstrijd ze deelnamen, een overzicht van verhalenwedstrijden in Nederland en een overzicht van mogelijkheden tot publicatie voor Nederlanders en Vlamingen. Aangenomen dat deze overzichten vrij compleet zijn, moeten we vaststellen dat Vlaamse sciencefiction-, fantasy- en horrorauteurs op Nederland aangewezen zijn, want Vlaamse initiatieven zijn er zo goed als niet meer.
Ik kom uiteindelijk aan een gemiddelde van 3,4 sterren, wat beter is dan vorig jaar. Al bij al vond ik het niveau vrij hoog, ook al gaf ik dit jaar geen enkele keer 5 sterren. Maar in het verleden gaf ik ook al een keer een derde van de bundel 1 ster, en dat weegt ook door. De bundel bekoort me nog elk jaar, maar ik hoop toch dat de diversiteit in onderwerpen volgend jaar groter is. Dit jaar kwamen vaak dezelfde onderwerpen aan bod. Ik duim dus dat de volgende editie niet uitsluitend uit coronatreurigheid zal bestaan, wat ik een reëel gevaar acht. Het aftellen naar de magische 2020-editie is wat mij betreft nu al begonnen.