Lezersrecensie

Koude oorlogsmachine


Martin Overheul Martin Overheul
8 jan 2019

Op 4 augustus 1914 davert België op zijn nog jonge grondvesten als het Duitse leger het land binnenvalt en een oorlog begint die later bekend zal worden als de Eerste Wereldoorlog. In de eeuwen daarvoor zijn er uiteraard al meerdere omvangrijke oorlogen uitgevochten, niet alleen wat dat betreft is de mensheid is de mensheid een uitermate slechte leerling, maar niemand had toen blijkbaar de tegenwoordigheid van geest om ze een nummer te geven. Keizer Wilhelm II, op dat moment al een marionet in de handen van zijn generale staf, trekt ten strijde tegen aartsrivaal Frankrijk en is in de vier jaar dat de oorlog duurt medeschuldig aan de dood van ruim 20 miljoen mensen waaronder zo’n 25.000 Belgische burgerslachtoffers. Je hoeft immers niet persoonlijk de trekker van een pistool over te halen of de werper van gifgasgranaten te zijn om toch verantwoordelijk en aansprakelijk te zijn voor de slachtoffers die door die daden vallen, het geven van een algemeen bevel lijkt me in dat geval meer dan voldoende. Op maandag 11 november 1918, na een loopgravenoorlog in de Belgische Westhoek die de mensheid een idee gaf van hoe de hel eruit zou kunnen zien mocht die bestaan, wordt in een treinstel ter hoogte van het Franse stadje Compiègne de officiële wapenstilstand getekend in aanwezigheid van de Franse maarschalk Foch, de Britse schout-bij-nacht Hope en admiraal Wymess en de Duitse politicus Erzberger. De ondertekening vindt plaats om 5 uur ’s nachts en de wapenstilstand zal diezelfde dag ingaan om 11 uur. Tussen de ondertekening van het document en de effectieve wapenstilstand gaat de strijd dus nog enkele uren door. Het zullen welhaast de bloedigste uren van de Groote Oorlog worden. Over de laatste elf uur van de Eerste Wereldoorlog schreef historicus/auteur Pieter Serrien een lijvig en uiterst leesbaar boek van meer dan 430 boeiende bladzijden: ‘Het elfde uur – 11 november 1918, de gewelddadige laatste dag van de Eerste Wereldoorlog’. Alvorens tot die historische dag te komen – de officiële vrede valt pas op 28 juni als men het Verdrag van Versailles tekent – staat Serrien uitvoerig stil bij drie onderwerpen die van belang zijn om de gebeurtenissen voor en tijdens de oorlog beter te doorgronden: de ingrijpende gevolgen van de wereldwijde Spaanse griep die wild om zich heen slaat in 1918 en tot in 1920 zal duren, het geallieerde eindoffensief dat in september 1918 wordt ingezet en de bepaald niet vlekkeloze aanloop naar de wapenstilstandsonderhandelingen. Serrien beschrijft die ingrijpende gebeurtenissen niet enkel met veel kennis van zaken, maar slaagt erin om een op zich vrij complex kluwen van voorvallen, feiten, geschiedschrijving, ooggetuigenverslagen en officiële documenten op zo’n inzichtelijke wijze aan de lezer te overhandigen dat het soms lijkt alsof je een spionage- of detectiveverhaal aan het lezen bent. Het feit dat de uitslag van het verhaal al honderd jaar bekend is, doet niets aan dat gevoel af. Na die uitstekende inleiding volgen drie langere delen die uitgebreid stilstaan bij de laatste week van WO1. Daarvan maakt vooral het tweede deel diepe indruk. Zo bestond zowel langs Duitse als geallieerde kant de wens om op het moment van een wapenstilstand een zo voordelig mogelijke positie tegenover de tegenstander te bemachtigen om sterker te staan bij de uiteindelijke onderhandelingen over gewichtige zaken als grondgebied en regionale jurisdictie. Het gevolg van die wens was een verbijsterend inferno van geweld met de onlosmakelijk daaraan verbonden gruwel. In de laatste uren van de ‘Groote Oorlog’ zijn nog vele duizenden soldaten de dood in gejaagd door de kille berekening van enkele hoge heren die, op veilige afstand van het front en de schurftige loopgraven waar jonge levens werden opgeofferd voor enkele tientallen meters terreinwinst, dachten en handelden als kille cijferaars. Om twee minuten voor elf werd in het Belgische Ville-sur-Haine de Canadese soldaat George Lawrence Price gedood door een Duitse scherpscutter. Hij was allicht het laatste slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog. Pieter Serrien beschrijft zowel de koude oorlogsmachine als de gedupeerde betrokkenen met veel vakkundigheid, kennis van zaken en, in het geval van die laatsten, warmte en medeleven. De Eerste Wereldoorlog was een meedogenloze mengeling van machtswellust, chaos, strategisch opportunisme en opperste zinloosheid (maar welke oorlog is niét zinloos?). Serrien beschrijft die uitwas van de menselijke psyche met een heldere en soepele pen, hij verschaft bevattelijke context, beter besef en een scherp perspectief. ‘Het elfde uur’ mag dan ook gerust een huzarenstukje genoemd worden. Afsluitend helaas toch ook een punt van kritiek. Een schrijver die zich zo veel moeite getroost om een doorwrocht en leesbaar boek te schrijven, verdient een zorgvuldigere eindredactie dan nu het geval is. Er zijn helaas flink wat storende fouten in de tekst blijven staan (om er drie te noemen: ‘ten onderging aan’, blz. 26, ‘Dan kon het leger kon zich’, blz.63, ‘het was alle duidelijk’, blz. 125). Het zou de schrijver terechte eer aandoen dat die in een mogelijke nieuwe druk allemaal gecorrigeerd en dus verdwenen zijn.

Reacties

Populair in hetzelfde genre

Boeken van dezelfde auteur